ECLI:NL:RBROT:2024:6949

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
24 juli 2024
Publicatiedatum
26 juli 2024
Zaaknummer
C/10/683251 / JE RK 24-1657
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 1:257 BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige ondertoezichtstelling van minderjarige wegens ernstige zorgen over opvoeding en geestelijke gezondheid

De Raad voor de Kinderbescherming heeft een verzoek ingediend tot voorlopige ondertoezichtstelling van een minderjarige vanwege langdurige zorgen over zijn opvoedsituatie en geestelijke gezondheid. De moeder van de minderjarige is belast met het ouderlijk gezag en woont samen met het kind.

De kinderrechter constateert dat er ernstige vermoedens zijn dat de grond voor ondertoezichtstelling is vervuld, gebaseerd op rapportages van school, wijkteam en de Raad. De minderjarige verkeert in isolement, heeft in het verleden suïcidale uitspraken gedaan en toont aanhoudende somberheid. Tevens is hij getuige geweest van huiselijk geweld. De moeder weigert contact met hulpverleners en onderkent de problematiek niet, waardoor vrijwillige hulpverlening onvoldoende blijkt.

De kinderrechter acht een voorlopige ondertoezichtstelling noodzakelijk om een acute en ernstige bedreiging voor het welzijn van de minderjarige weg te nemen. De William Schrikker Stichting wordt benoemd als gecertificeerde instelling voor uitvoering van de ondertoezichtstelling voor een periode van drie maanden. Een zitting is gepland op 5 augustus 2024 om de zaak verder te behandelen.

Uitkomst: De minderjarige wordt voorlopig onder toezicht gesteld voor drie maanden met benoeming van de William Schrikker Stichting als uitvoerder.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
zaaknummer: C/10/683251 / JE RK 24-1657
datum uitspraak: 24 juli 2024
Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de Raad,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt het verzoekschrift van de Raad met bijlage, ontvangen op 24 juli 2024, mee in haar beoordeling.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij de moeder.

3.Het verzoek

De Raad verzoekt de voorlopige ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van drie maanden, met benoeming van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (hierna: de GI) tot uitvoerder daarvan.

4.De beoordeling

4.1.
De Raad stelt dat beide ouders met het ouderlijk gezag over [minderjarige] zijn belast. Uit de door de Raad overgelegde stukken volgt echter niet de vader mede met het gezag is belast.
4.2.
Op grond van de stukken komt de kinderrechter tot het oordeel dat een ernstig vermoeden bestaat dat de grond voor een ondertoezichtstelling is vervuld (artikel 1:255 Burgerlijk Pro Wetboek (BW)). Er zijn al lange tijd zorgen over de opvoedsituatie en de geestelijke gezondheid van [minderjarige] . Deze zorgen leven bij de school, het wijkteam en de Raad. De zorgen betreffen het isolement waarin [minderjarige] verkeert, suïcidale uitspraken die hij in het verleden heeft gedaan en zijn aanhoudende somberheid. In het verleden is hij getuige geweest van huiselijk geweld tussen zijn ouders. Op dit moment is [minderjarige] al twee weken niet buiten geweest en lijkt hij een groot deel van de dag te gamen. Zijn moeder weigert contact met het wijkteam om afspraken te maken over een dagbesteding tijdens de vakantie voor [minderjarige] . Ook wil de moeder geen contact meer met de Raad. Er zijn ook al lange tijd grote zorgen over de mentale gezondheid van de moeder. Moeder ziet de zorgen over haar zoon niet in en onderneemt daardoor geen actie om deze zorgen weg te nemen. Hulpverlening in het vrijwillig kader is onvoldoende toereikend gebleken en een jeugdbeschermer kan de belangen van [minderjarige] voorop gaan stellen en toezien op zijn geestelijke en lichamelijke welzijn. Er moet ook meer zicht komen op de pedagogische vaardigheden van de moeder
4.3.
Een voorlopige ondertoezichtstelling is noodzakelijk om een acute en ernstige bedreiging voor [minderjarige] weg te nemen. [minderjarige] zal voorlopig onder toezicht worden gesteld voor de duur van drie maanden (artikel 1:257 BW Pro).

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
stelt [minderjarige] voorlopig onder toezicht van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam, met ingang van 24 juli 2024 tot 24 oktober 2024;
5.2.
bepaalt dat het verhoor van de Raad, de GI en de belanghebbende in deze zaak zal plaatsvinden op
5 augustus 2024 te 16:30 uur in het gerechtsgebouw te Rotterdam, Wilhelminaplein 100/125;
5.3.
de zaak zal op genoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. A. Verweij, kinderrechter;
5.4.
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van de Raad, de GI en de belanghebbende;
5.5.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 juli 2024 door
mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R. Spaans als griffier, en op schrift gesteld op 26 juli 2024.