ECLI:NL:RBROT:2024:6729
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang bij Wlz-zorgaanvraag
Verzoekster diende op 30 april 2024 een aanvraag in voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz), waarbij zij stelde volledig ADL-afhankelijk te zijn door psychische, psychotische en lichamelijke problematiek.
De Centrum Indicatiestelling Zorg wees de aanvraag af omdat de noodzaak voor 24-uurszorg niet blijvend kon worden vastgesteld en verzoekster nog geen gebruik had gemaakt van voorliggende zorgvoorzieningen zoals de Wmo 2015 en de Zorgverzekeringswet (Zvw).
Verzoekster stelde dat de zorg door haar broer en schoonzus niet langer kan worden voortgezet en dat de alternatieve zorg niet toereikend is. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat het spoedeisend belang ontbrak omdat niet aannemelijk was gemaakt dat de huidige zorg niet kan worden voortgezet tot de bezwaarbeslissing en dat verzoekster een aanvraag kan indienen voor zorg op grond van de Wmo of Zvw.
Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.