Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 10 januari 2024, met bijlagen;
- de reactie op de dagvaarding van de man, met bijlagen;
- de mondelinge behandeling op 22 januari 2024.
Rechtbank Rotterdam
De vrouw en de man huren samen een woning waarin ook hun twee minderjarige kinderen wonen. De relatie tussen partijen is zodanig verstoord dat gezamenlijk wonen of 'bird nesting' niet meer mogelijk zou zijn volgens de vrouw, die daarom exclusief gebruik van de woning eist. De man betwist dit en twijfelt aan de financiële draagkracht van de vrouw.
De voorzieningenrechter stelt dat het belang van de kinderen voorop staat, waarbij het van belang is dat zij in hun vertrouwde woning kunnen blijven wonen en contact met beide ouders behouden. Volledige toewijzing of afwijzing van de eis is niet in het belang van de kinderen, mede omdat de relatie tussen partijen te verstoord is om samen te wonen en er geen omgangsregeling is.
De rechter verbiedt de man daarom om zich tussen maandag 09:00 uur en zaterdag 09:00 uur in de woning te bevinden vanaf 12 februari 2024, met een dwangsom bij overtreding en een maximale dwangsom van €5.000. Na het bereiken van die limiet mag de man helemaal niet meer in de woning komen. Dit geldt totdat in een bodemprocedure wordt beslist wie de woning definitief mag huren, mits deze procedure uiterlijk 9 februari 2024 aanhangig wordt gemaakt.
Daarnaast worden de proceskosten gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het overige wordt afgewezen.
Uitkomst: Man wordt verboden zich tussen maandag 09:00 uur en zaterdag 09:00 uur in de woning te bevinden met dwangsom bij overtreding, totdat bodemprocedure over definitief huurrecht is beslist.