Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De procedure
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in voorwaardelijke reconventie, met de producties 1-10;
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak staat een geschil tussen twee buren centraal over de eigendom van een strook grond die als pad dient achter hun woonpercelen. Eiser stelt eigenaar te zijn van het pad door koop en levering van zijn woning in 2003, en subsidiair door verkrijgende verjaring. Gedaagde betwist dit en stelt dat het pad onderdeel is van haar perceel, waarop zij een mondeling gebruiksrecht aan de vorige eigenaar van eiser heeft verleend.
De rechtbank constateert dat eiser zijn koopovereenkomst niet heeft overgelegd en dat de akte van levering geen expliciete vermelding van het pad bevat. Het historisch overzicht en de stukken geven onvoldoende duidelijkheid over de eigendomssituatie en het bestaan van een erfdienstbaarheid. Eiser krijgt de gelegenheid zijn stellingen nader te onderbouwen, onder meer met de koopovereenkomst en aanvullende bewijsstukken.
Gedaagde voert aan dat zij sinds 1990 eigenaar is van het perceel en een gebruiksrecht heeft verleend aan de vorige eigenaar van eiser. Zij betwist de goede trouw van het bezit door eiser en verwijst naar een stuitingsbrief tegen verjaring. De rechtbank houdt de zaak aan voor nader debat en bewijsaanbod en plant een nieuwe zitting om de standpunten te bespreken en een mogelijke regeling te onderzoeken.
Uitkomst: De rechtbank houdt de zaak aan voor nader onderzoek en bewijsaanbod en verwijst de zaak naar de rol van 28 augustus 2024.