ECLI:NL:RBROT:2024:6698
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering inschrijving in basisregistratie personen wegens onvoldoende bewijs woonadres
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam om zijn aangifte van hervestiging op een bepaald adres te weigeren. Het college baseerde dit besluit op een adresonderzoek en huisbezoeken waarbij verzoeker niet op het adres werd aangetroffen. Verzoeker stelde dat hij wel op het adres woont en overlegde een verhuurdersverklaring en bankafschriften ter onderbouwing.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij daadwerkelijk op het adres woont. De verhuurdersverklaring vermeldde wel de huurrelatie maar niet het feitelijke verblijf. De bankafschriften en bijstandsuitkering waren onvoldoende om het woonadres te bevestigen. De huisbezoeken waren overtuigend en het college kon aannemelijk maken dat verzoeker niet op het adres verbleef.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het college terecht de aangifte van hervestiging heeft geweigerd. Het verzoek om een voorlopige voorziening om toch ingeschreven te worden werd daarom afgewezen. De uitspraak heeft een voorlopig karakter en bindt niet in een bodemprocedure. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot inschrijving in de basisregistratie personen wordt afgewezen vanwege onvoldoende bewijs van woonadres.