Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- schuldenares;
- de heer M. Klarenbeek, waarnemend bewindvoerder;
- mevrouw S. Gerde, beschermingsbewindvoerder.
Rechtbank Rotterdam
Bij vonnis van 6 augustus 2020 is de schuldsaneringsregeling toegepast op schuldenares. De bewindvoerder verzocht op 16 april 2024 om tussentijdse beëindiging van deze regeling, met instemming van de rechter-commissaris op 16 mei 2024. Tijdens de zitting van 1 juli 2024 zijn schuldenares, de waarnemend bewindvoerder en de beschermingsbewindvoerder gehoord.
De rechtbank constateert dat de tekortkomingen in de informatieplicht zijn hersteld doordat ontbrekende stukken zijn aangeleverd. Schuldenares heeft toegelicht dat zij al lange tijd een auto op haar naam heeft, noodzakelijk voor het vervoer van haar zoontje naar speciaal onderwijs, en de bewindvoerder is hierover voldoende geïnformeerd. Nieuwe schulden bij de Belastingdienst ter hoogte van €1.522,- zijn inmiddels betaald.
Hoewel er een tekortkoming was in de nakoming van de inspanningsverplichting vanwege ontbrekende sollicitatiebewijzen, is door het overleggen van een behandelplan en toelichting op de persoonlijke situatie vastgesteld dat schuldenares arbeidsongeschikt is. De rechtbank neemt het standpunt van de bewindvoerder over dat deze tekortkomingen niet aan schuldenares zijn toe te rekenen.
Gezien het herstel van de informatieplicht, betaling van nieuwe schulden en niet verwijtbare tekortkomingen in de inspanningsplicht, ziet de rechtbank geen aanleiding om de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen en wijst het verzoek af.
Uitkomst: De rechtbank weigert de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling omdat tekortkomingen niet aan schuldenares zijn toe te rekenen en nieuwe schulden zijn voldaan.