Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- Interbank N.V., hierna te noemen: Interbank;
- Bol.com B.V., hierna te noemen: Bol.com;
- verzoeker;
- de heer [persoon A] , werkzaam bij de gemeente Voorne aan Zee, (hierna te noemen: schuldhulpverlening);
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker diende een verzoek in tot toepassing van artikel 287a lid 1 Faillissementswet om een gedwongen schuldregeling af te dwingen bij twee schuldeisers, Interbank en Bol.com, die niet instemden met het aangeboden akkoord. Het akkoord voorzag in een betaling van 7,10% aan preferente en 3,55% aan concurrente schuldeisers, gebaseerd op de afloscapaciteit van verzoeker, die fulltime werkt. Twintig schuldeisers stemden in, maar Interbank en Bol.com weigerden.
Interbank voerde bezwaren aan over onduidelijkheid rondom de verkoop van de woning, een zonder toestemming doorverkochte lening voor een voertuig, vermeende overbesteding en het ontbreken van openheid van zaken. Bol.com gaf geen reactie en werd als weigeraar aangemerkt. De rechtbank overwoog dat hoewel schuldeisers in beginsel recht hebben op volledige betaling, de belangen van verzoeker en overige schuldeisers meewegen.
De rechtbank concludeerde dat Interbank met een groot aandeel in de schuld (46,88%) in redelijkheid kon weigeren en dat onvoldoende aannemelijk was dat het voorstel het uiterste was wat verzoeker kon bieden. Onvoldoende bewijs over de besteding van de overwaarde van de woning leidde tot onzekerheid over mogelijke aanspraken. Daarom woog het belang van de weigeraars zwaarder dan dat van verzoeker en overige schuldeisers.
Het verzoek om de schuldeisers te bevelen in te stemmen met de schuldregeling werd afgewezen. Een afzonderlijke beslissing over de schuldsaneringsregeling volgt later.
Uitkomst: Het verzoek tot gedwongen schuldregeling wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid dat het voorstel het uiterste is en zwaardere belangen van weigeraars.