Uitspraak
1.De zaak in het kort
3.De feiten
2. De feiten
3. ONDERZOEK
Rechtbank Rotterdam
Op 5 april 2019 vond een aanrijding plaats tussen de verzoeker en een verzekerde van HDI, waarbij een cementwagen de auto van verzoeker raakte. HDI erkende aanvankelijk aansprakelijkheid, maar kwam drie jaar later terug op deze erkenning met het argument dat het ongeval mogelijk in scène was gezet. Verzoeker vroeg de rechtbank om voor recht te verklaren dat de aanrijding authentiek was.
De rechtbank analyseerde getuigenverklaringen, een uitgebreid technisch onderzoek door Baan Hofman, en aanvullende rapporten van P-CVD. HDI moest bewijzen dat de aanrijding niet authentiek was, omdat zij op grond van haar eerdere erkenning de bewijslast droeg om terug te komen op die erkenning. De rechtbank concludeerde dat HDI niet is geslaagd in dit bewijs. De technische bevindingen van Baan Hofman werden kritisch beoordeeld, waarbij twijfel bestond over de interpretatie van schade aan de buitenspiegel en de verkeerslichtdata.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van getuigen en de omstandigheden van het ongeval een authentieke aanrijding ondersteunen. HDI kon niet aantonen dat de aanrijding in scène was gezet. Daarom blijft de aansprakelijkheid van HDI's verzekerde staan. Tevens werden de proceskosten aan verzoeker toegewezen, waarbij het uurtarief en de bestede tijd werden gematigd tot een redelijke omvang.
Uitkomst: De rechtbank verklaart dat de aanrijding authentiek was en HDI niet kan terugkomen op haar erkenning van aansprakelijkheid.