Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[eiser 1],
1.De procedure
- de dagvaarding van 20 juni 2024;
- de 4 producties van [eisers]
2.Waar gaat de zaak over?
3.De vordering
4.De beoordeling
€ 135,00
Rechtbank Rotterdam
Eisers verhuren een woning aan gedaagde die op 10 november 2023 door de politie is doorzocht waarbij een handelshoeveelheid verdovende middelen is aangetroffen. De gemeente sluit daarop het gehuurde op grond van artikel 13b Opiumwet. Eisers ontbinden de huurovereenkomst buitengerechtelijk op grond van artikel 7:231 lid 2 BW Pro vanwege gedragingen in strijd met de Opiumwet.
Gedaagde betwist de handel in verdovende middelen vanuit het gehuurde, maar onderbouwt dit niet. De rechtbank acht de constateringen van de gemeente, gebaseerd op politieonderzoek, voldoende aannemelijk en gaat voorbij aan de blote betwisting. Eisers vorderen ontruiming van het gehuurde met een dwangsom en machtiging tot zelfuitvoering.
Na belangenafweging oordeelt de rechtbank dat het spoedeisend belang van eisers aanwezig is, mede omdat gedaagde het gehuurde opnieuw heeft betreden en vermoedelijk weer drugshandel bedrijft. De ontruiming wordt proportioneel geacht gezien de ernst van de overtreding. De gevorderde ontruiming wordt toegewezen met een termijn van 14 dagen na betekening. De dwangsom en machtiging tot zelfuitvoering worden afgewezen. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde binnen 14 dagen na betekening.