Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- mevrouw E. Monteiro, werkzaam bij Kredietbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening);
- mevrouw A. Goedhart, werkzaam bij Van den Bosse Bewindvoering B.V. (hierna: beschermingsbewindvoerder).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 287a Faillissementswet om een schuldeiser te bevelen in te stemmen met een schuldregeling die zij aan haar schuldeisers heeft aangeboden. Het aanbod betrof een betaling van 2,49% van de totale schuldenlast, gefinancierd via een saneringskrediet, gebaseerd op haar huidige Participatiewet-uitkering.
Tijdens de zitting bleek dat vijftien van de zestien schuldeisers akkoord gingen met de regeling, maar één schuldeiser, met een vordering van €754,29, niet instemde en niet is verschenen om zijn standpunt toe te lichten. Verzoekster gaf aan dat zij binnenkort fulltime betaald werk verwacht te gaan verrichten, wat haar afloscapaciteit aanzienlijk zal verhogen.
De rechtbank oordeelde dat het aangeboden saneringskrediet niet het maximaal haalbare aanbod vertegenwoordigt, mede gezien de verwachte inkomensstijging van verzoekster. Hierdoor is onvoldoende aannemelijk dat het voorstel het uiterste is wat verzoekster kan bieden. Het belang van de weigerende schuldeiser weegt daarom zwaarder dan dat van verzoekster. Het verzoek tot gedwongen schuldregeling wordt afgewezen. De rechtbank zal separaat beslissen over het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Uitkomst: Het verzoek tot gedwongen schuldregeling wordt afgewezen omdat het aanbod niet het maximaal haalbare is.