Verzoeker had sinds 2019 een creditcard bij ING en stond meerdere keren zonder toestemming rood, wat leidde tot diverse betalingsafspraken. Hoewel verzoeker enkele afspraken is nagekomen, heeft hij meerdere betalingsregelingen niet nageleefd, waardoor de schuld pas in juli 2022 volledig werd afgelost.
Verzoeker vroeg in december 2023 de verwijdering van zijn BKR-registratie, die ING in februari 2024 weigerde. De rechtbank oordeelde dat ING terecht de registratie handhaafde, omdat het belang van bescherming tegen overkreditering en het waarschuwen van kredietverstrekkers zwaarder weegt dan het belang van verzoeker.
Verzoeker stelde dat hij inmiddels financieel stabiel is met een vast contract en geen nieuwe schulden heeft, maar de rechtbank vond dit onvoldoende om de langdurige betalingsachterstanden en het niet nakomen van meerdere betalingsregelingen te compenseren.
Ook het argument dat de registratie verzoeker belemmert bij het leasen van een auto en het kopen van een huis werd onvoldoende onderbouwd. De rechtbank veroordeelde verzoeker tot betaling van de proceskosten van € 2.094,00.