ECLI:NL:RBROT:2024:6179
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen schorsing rijbewijs na alcoholincident
Verzoeker is op 12 november 2023 betrokken geraakt bij een verkeersongeval waarbij hij onder invloed van alcohol werd aangetroffen. Het CBR legde hem een schorsing van het rijbewijs op en verplichtte hem mee te werken aan een onderzoek naar zijn rijgeschiktheid. Verzoeker stelde dat hij door de schorsing problemen ondervindt in zijn werk als marktkoopman, omdat hij zijn voorraad niet zelf kan rondbrengen. Hij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om het onderzoek niet te hoeven ondergaan en zijn rijbewijs terug te krijgen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van een spoedeisend belang. Hoewel de oom van verzoeker tijdelijk de voorraad rondbrengt, is niet onderbouwd dat hulp anderszins onmogelijk is. Ook is niet gebleken dat verzoeker in financiële problemen komt of nu al zit. Het niet willen deelnemen aan het psychiatrisch onderzoek leidt ook niet tot spoedeisend belang.
Daarnaast is niet vastgesteld dat het besluit van het CBR evident onrechtmatig is. De politieverklaringen en het proces-verbaal tonen aan dat verzoeker onder invloed was en op de bestuurdersstoel zat. De verklaring dat een onbekende persoon het voertuig bestuurde, werd pas later gegeven en is niet aannemelijk. De voorzieningenrechter concludeert dat het CBR terecht heeft geoordeeld dat er een relatie is tussen verzoeker en het onder invloed besturen.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af, waardoor verzoeker moet voldoen aan de onderzoeksplicht en de schorsing blijft gelden. Er worden geen proceskosten aan verzoeker opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de schorsing van het rijbewijs blijft van kracht.