Art. 10:118 BWArt. 10:119 BWArt. 6:119 BWArtikel 4 lid 1 Brussel I bis-Verordening (Nr. 1215/2012)
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Toewijzing vordering tegen OMNIA-MARITIME SHIPPING B.V. wegens betaling en proceskosten
Eiser heeft een vordering ingesteld tegen OMNIA-MARITIME SHIPPING B.V. (OMS), gevestigd te Zwijndrecht. OMS is niet verschenen, waardoor verstek is verleend. De rechtbank Rotterdam heeft de bevoegdheid vastgesteld op grond van artikel 4 lid 1 vanPro de Brussel I bis-Verordening en heeft Nederlands recht toegepast conform artikel 10:118 joPro 10:119 BW.
De rechtbank oordeelt dat de vordering niet onrechtmatig of ongegrond is en wijst deze toe. OMS wordt veroordeeld tot betaling van meerdere bedragen aan eiser, vermeerderd met de Duitse basisrente plus 5% vanaf verschillende data tot volledige betaling. Daarnaast wordt OMS veroordeeld tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten aan de zijde van eiser, begroot op €4.872,42.
De wettelijke rente over de proceskosten wordt eveneens toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen. OMS wordt bij niet-tijdige betaling geconfronteerd met een extra bedrag van €93,00 plus kosten van betekening.
Uitkomst: OMS wordt veroordeeld tot betaling van de gevorderde bedragen, incassokosten en proceskosten met wettelijke rente.
Uitspraak
vonnis
RECHTBANK ROTTERDAM
Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/677278 / HA ZA 24-308
Vonnis van 26 juni 2024
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
eiser,
advocaat mr. J. de Groot te Amstelveen,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
OMNIA-MARITIME SHIPPING B.V.,
gevestigd te Zwijndrecht,
gedaagde,
niet verschenen.
Partijen worden hierna aangeduid met [eiser] en OMS.
1.De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 11 maart 2024, met producties 1 tot en met 7;
het tegen gedaagde verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2.De beoordeling
Bevoegdheid en het toepasselijke recht
2.1.
Partijen hebben hun woonplaats op het grondgebied van verschillende staten, waardoor deze zaak een internationaal karakter draagt. De rechtbank zal daarom eerst beoordelen of zij bevoegd is en welk recht van toepassing is.
2.2.
Aangezien OMS in Nederland is gevestigd is de Nederlandse rechter op grond van artikel 4 lid 1 vanPro de Brussel I bis-Verordening (Nr. 1215/2012) bevoegd om van de zaak kennis te nemen. Op grond van artikel 10:118 joPro 10:119 BW is Nederlands recht van toepassing.
De vordering
2.3.
Het gevorderde komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen.
2.4.
OMS zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op:
- nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 4.872,42
2.5.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
3.De beslissing
De rechtbank
3.1.
veroordeelt OMS om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 117.302,60 vermeerderd met de Duitse basisrente plus 5% vanaf 16 oktober 2023 tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt OMS om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 57.582,67 vermeerderd met de Duitse basisrente plus 5% vanaf 28 augustus 2020 tot de dag van volledige betaling,
3.3.
veroordeelt OMS om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 17.778,06 vermeerderd met Duitse basisrente plus 5% vanaf 28 augustus 2020 tot de dag van volledige betaling,
3.4.
veroordeelt OMS om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 9.075,00 (incl. BTW) aan buitengerechtelijke incassokosten,
3.5.
veroordeelt OMS in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 4.872,42, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als OMS niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet OMS € 93,00 extra betalen, plus de kosten van betekening,
3.6.
veroordeelt [naam] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BurgerlijkPro Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan,
3.7.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.C. Santema en ondertekend en in het openbaar uitgesproken door de rolrechter op 26 juni 2024.