ECLI:NL:RBROT:2024:6012

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
13 juni 2024
Publicatiedatum
1 juli 2024
Zaaknummer
10756012
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 233 RvArt. 237 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling huurachterstand en incassokosten na onrechtmatige huurprijswijziging

In deze zaak stond een geschil centraal over de betaling van huurachterstanden door de huurder aan Stichting Woonbron. In een tussenvonnis van 11 april 2024 werd vastgesteld dat de huurprijswijzigingsbepaling in de huurovereenkomst oneerlijk was, waardoor de huurverhogingen vervielen en de oorspronkelijke netto huurprijs bleef gelden.

Op basis hiervan werd de maandelijkse huurprijs vastgesteld op € 1.265,- inclusief servicekosten. De huurder had echter slechts één betaling verricht over de periode juni tot en met oktober 2023, waardoor een achterstand van € 4.970,10 was ontstaan. Daarnaast werden buitengerechtelijke incassokosten van € 636,85 toegewezen, zij het beperkt tot het gevorderde bedrag.

De wettelijke rente werd toegewezen vanaf 1 september 2023 over een deel van de achterstand. De overige vorderingen van Woonbron, zoals ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming, werden afgewezen. De huurder werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van in totaal € 1.117,85. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De huurder is veroordeeld tot betaling van huurachterstand, incassokosten, wettelijke rente en proceskosten, met afwijzing van overige vorderingen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 10756012 CV EXPL 23-28383
datum uitspraak: 13 juni 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Stichting Woonbron,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: gerechtsdeurwaarder [naam],
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
die niet in de procedure is verschenen.
De partijen worden hierna ‘Woonbron’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • het tussenvonnis van 11 april 2024 en de daarin genoemde stukken;
  • de e-mail van Woonbron van 22 mei 2024.

2.De verdere beoordeling

[gedaagde] moet € 4.970,10 aan huurachterstand betalen
2.1.
In het tussenvonnis van 11 april 2024 is geoordeeld dat de huurprijswijzigingsbepaling die partijen in artikel 5.1 van de Algemene Huurvoorwaarden zijn overeengekomen oneerlijk is, dat daardoor alle huurverhogingen komen te vervallen en dat de eerst overeengekomen (netto) huurprijs van € 1.222,35 per maand is blijven gelden. Woonbron is in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de hoogte van het maandelijkse voorschotbedrag voor de servicekosten over de periode van de gevorderde betalingsachterstand, te weten juni tot en met oktober 2023. Woonbron heeft in dat verband medegedeeld dat het voorschotbedrag voor de servicekosten in de genoemde periode onveranderd is gebleven en € 42,65 bedraagt, zoals in de huurovereenkomst is opgenomen.
2.2.
Het bovenstaande betekent dat de maandelijkse huurprijs € 1.265,- (€ 1.222,35 +
€ 42,65) bedraagt en dat [gedaagde] over de periode van juni tot en met oktober 2023 een bedrag van € 6.325,- aan Woonbron verschuldigd was. Uit de dagvaarding kan worden afgeleid dat [gedaagde] in de genoemde periode slechts één keer een bedrag van € 1.354,90 heeft betaald. Dat betekent dat [gedaagde] over de periode van juni tot en met oktober 2023 nog een bedrag van
€ 4.970,10 (€ 6.325,- -/- € 1.354,90) aan huur moet betalen. [gedaagde] wordt veroordeeld om dat bedrag aan Woonbron te betalen.
[gedaagde] moet € 636,85 aan incassokosten betalen
2.3.
In het tussenvonnis is al geoordeeld dat de buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen en dat deze in beginsel worden berekend over het toewijsbare bedrag aan betalingsachterstand. Dat levert echter een hoger bedrag aan incassokosten op dan bij dagvaarding door Woonbron is gevorderd. Dat betekent dat de incassokosten worden toegewezen tot het gevorderde bedrag van € 636,85.
[gedaagde] moet de rente over de huurachterstand tot en met september 2023 betalen
2.4.
Zoals al in het tussenvonnis is geoordeeld, wordt de wettelijke rente vanaf 1 september 2023 toegewezen over de huurachterstand tot en met september 2023, op de wijze zoals hierna bij de beslissing vermeld.
De overige eisen van Woonbron worden afgewezen
2.5.
De kantonrechter heeft in het tussenvonnis al geoordeeld dat de overige eisen van Woonbron - waaronder de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van de woning - zullen worden afgewezen. Er bestaat geen aanleiding terug te komen op wat de kantonrechter daarover heeft geoordeeld.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.6.
[gedaagde] krijgt voor het grootste deel ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van Woonbron op € 129,85 aan dagvaardingskosten, € 514,- aan griffierecht, € 339,- aan salaris voor de gemachtigde en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.117,85. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.7.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Woonbron dat eist en [gedaagde] daar niet op heeft gereageerd (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Woonbron te betalen € € 4.970,10 aan huurachterstand over de maanden juni tot en met oktober 2023 en € 636,85 aan buitengerechtelijke incassokosten, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over een bedrag van € 3.705,10 vanaf 1 september 2023 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Woonbron worden begroot op € 1.117,85;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.
44487