ECLI:NL:RBROT:2024:5974
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking Ziektewetuitkering wegens niet verschijnen spreekuur
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het niet-uitbetalen en de intrekking van zijn Ziektewetuitkering door het UWV, omdat hij niet op twee geplande spreekuren is verschenen. Hij stelde dat hij door een ziekenhuisopname verhinderd was, maar kon dit niet onderbouwen. Het UWV heeft geverifieerd dat verzoeker niet was opgenomen in het opgegeven ziekenhuis.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker een spoedeisend belang had, omdat hij zonder uitkering geen inkomen heeft. Desondanks kon niet worden vastgesteld dat verzoeker een gegronde reden had voor het niet verschijnen. De niet-nakoming van de verplichtingen rechtvaardigt volgens de Ziektewet de intrekking van de uitkering.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af. Verzoeker wordt geadviseerd om mee te werken aan een nieuwe afspraak en goed te communiceren met het UWV om verdere gevolgen te voorkomen.
Deze uitspraak is bindend voor de voorlopige voorziening en sluit hoger beroep of verzet uit.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af en bevestigt de intrekking van de Ziektewetuitkering wegens niet verschijnen op spreekuur zonder gegronde reden.