Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 30 mei 2024, met producties 1 tot en met 10;
- de spreekaantekeningen en overgelegde bijlage van [gedaagde] .
2.De feiten
ARTIKEL 1. KINDEREN
Rechtbank Rotterdam
Partijen zijn gescheiden en hebben afspraken vastgelegd in een echtscheidingsconvenant, waarin is bepaald dat de verkoopopbrengst van de voormalige echtelijke woning na aflossing van de hypotheekschuld gelijk verdeeld wordt, met verrekening van bepaalde lasten. Eiseres vordert nakoming van deze afspraken en betaling van haar deel van de netto lasten en de vordering van gedaagde.
Gedaagde betwist de omvang van de te verrekenen lasten en stelt dat ook kosten van de kinderen moeten worden verrekend, wat volgens de rechtbank niet in het convenant is opgenomen. De voorzieningenrechter oordeelt dat eiseres voldoende aannemelijk heeft gemaakt recht te hebben op betaling van € 29.332,86 aan netto lasten en dat gedaagde € 37.000,- aan eiseres verschuldigd is.
De rechtbank wijst de vordering van eiseres toe en veroordeelt gedaagde tot opdracht aan de notaris om na levering van de woning het juiste bedrag aan eiseres uit te betalen. De gevorderde machtiging tot indeplaatsstelling en uitvoerbaar bij minuut verklaring worden afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling aan eiseres van haar aandeel in de netto verkoopopbrengst van de woning conform het echtscheidingsconvenant.