ECLI:NL:RBROT:2024:579
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking rechter niet-ontvankelijk na eindbeslissing in civiele procedures
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. M.C. van der Kolk, rechter in twaalf civiele procedures betreffende voorlopige getuigenverhoren. Deze procedures betroffen verzoeken om het horen van diverse getuigen. Op 4 januari 2024 had de rechter in deze zaken eindbeslissingen genomen, waarmee de behandeling van de zaken was afgesloten.
Het wrakingsverzoek werd op 16 januari 2024 ontvangen, na de einduitspraken. Volgens artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan een rechter alleen worden gewraakt zolang hij nog betrokken is bij de behandeling van de zaak. Omdat de rechter de zaken niet meer behandelde op het moment van het wrakingsverzoek, is verzoeker niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank zag geen reden voor een mondelinge behandeling van het verzoek, aangezien het debat over de gegrondheid van het verzoek niet aan de orde was. De beslissing tot niet-ontvankelijkheid werd op 22 januari 2024 door de wrakingskamer genomen en uitgesproken. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in het wrakingsverzoek omdat de rechter de zaken al had afgesloten.