Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2024:579

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
22 januari 2024
Publicatiedatum
31 januari 2024
Zaaknummer
672280 / HA RK 24-55
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot wraking rechter niet-ontvankelijk na eindbeslissing in civiele procedures

Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. M.C. van der Kolk, rechter in twaalf civiele procedures betreffende voorlopige getuigenverhoren. Deze procedures betroffen verzoeken om het horen van diverse getuigen. Op 4 januari 2024 had de rechter in deze zaken eindbeslissingen genomen, waarmee de behandeling van de zaken was afgesloten.

Het wrakingsverzoek werd op 16 januari 2024 ontvangen, na de einduitspraken. Volgens artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan een rechter alleen worden gewraakt zolang hij nog betrokken is bij de behandeling van de zaak. Omdat de rechter de zaken niet meer behandelde op het moment van het wrakingsverzoek, is verzoeker niet-ontvankelijk verklaard.

De rechtbank zag geen reden voor een mondelinge behandeling van het verzoek, aangezien het debat over de gegrondheid van het verzoek niet aan de orde was. De beslissing tot niet-ontvankelijkheid werd op 22 januari 2024 door de wrakingskamer genomen en uitgesproken. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in het wrakingsverzoek omdat de rechter de zaken al had afgesloten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Wrakingskamer
zaaknummer: C/10/672280 / HA RK 24-55
Beslissing van 22 januari 2024
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[naam verzoeker],
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mr. M.C. van der Kolk,
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.

1.De procedure

1.1.
Het verzoek van verzoeker strekt tot wraking van de rechter in een twaalftal procedures betreffende evenzovele verzoeken van verzoeker tot het houden van voorlopige getuigenverhoren. Deze procedures hebben als kenmerken:
10650786 VZ VERZ 23-7963 ( [naam te horen getuige] ),
10650856 VZ VERZ 23-7964 ( [naam te horen getuige] ),
10650880 VZ VERZ 23-7965 ( [naam te horen getuige] ),
10650945 VZ VERZ 23-7966 ( [naam te horen getuige] ),
10650946 VZ VERZ 23-7967 ( [naam te horen getuige] ),
10651025 VZ VERZ 23-7968 ( [namen te horen getuigen] ),
10651209 VZ VERZ 23-7969 ( [namen te horen getuigen] ),
10651232 VZ VERZ 23-7970 ( [naam te horen getuige] ),
10651264 VZ VERZ 23-7971 ( [namen te horen getuigen] ),
10651357 VZ VERZ 23-7976 ( [naam te horen getuige] ),
10651411 VZ VERZ 23-7978 ( [naam te horen getuige] ) en
10658306 VZ VERZ 23-8075 ( [naam te horen getuige] ).
De dossiers van deze zaken zijn ter beschikking gesteld van de wrakingskamer.
1.2.
Het verloop van de procedure blijkt verder uit het schriftelijke wrakingsverzoek met bijlagen van verzoeker van 16 januari 2024.

2.De ontvankelijkheid van het verzoek

2.1.
Wraking is een middel ter verzekering van de onpartijdigheid van de rechter. Op grond van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan de rechter die een zaak behandelt worden gewraakt. Het middel is toegekend aan een partij die wil voorkomen dat een rechter (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben. Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter al een einduitspraak heeft gedaan, omdat de behandeling van de zaak daarmee is geëindigd.
2.2.
Op 4 januari 2024 heeft de rechter in de twaalf hiervoor omschreven procedures beschikkingen gegeven. Die beschikkingen waren eindbeslissingen waarmee de behandeling van de zaken door de rechter is geëindigd.
2.3.
Het wrakingsverzoek is op 16 januari 2024 door de rechtbank ontvangen. Dat is dus nadat de rechter in de hoofdzaken einduitspraken had gedaan. Hieruit volgt dat de rechter de zaken niet meer behandelde op het moment dat het verzoek tot wraking is gedaan. Verzoeker is daarom kennelijk niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking van de rechter. Verzoeker zal op die grond niet-ontvankelijk worden verklaard in het verzoek.
2.4.
Voor een behandeling van het verzoek ter zitting van de wrakingskamer bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek. Gezien het voorgaande wordt aan dat debat niet toegekomen.

3.De beslissing

De rechtbank:
3.1.
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven door mr. W.P.M. Jurgens, voorzitter, mr. S.C.C. Hes-Bakkeren en mr. W.J.M. Diekman, rechters.
Bij afwezigheid van de voorzitter is deze beslissing door mr. S.C.C. Hes-Bakkeren in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2024 in tegenwoordigheid van J.A. Faaij, griffier en door hen ondertekend.
de griffier de oudste rechter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.