Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- mevrouw A. Changur, werkzaam bij Kredietbank Rotterdam (hierna te noemen: schuldhulpverlening);
- mevrouw A. Goncalves, werkzaam bij stichting Maaszicht (hierna te noemen: begeleider).
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker diende op 12 maart 2024 een verzoek in tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Hij ontvangt inkomsten uit arbeid via een uitzendbureau en had tot februari 2024 een aflossingscapaciteit van €1.088,76 per maand, die sinds februari 2024 is gedaald naar €828,53 door samenwonen met zijn vriendin.
De schuldenlast bedraagt €7.782,35 en er wordt sinds de start van de schuldregeling maandelijks gereserveerd voor schuldeisers. De rechtbank stelt vast dat er inmiddels circa €6.400 is gereserveerd en dat verzoeker binnen enkele maanden zijn volledige schuldenlast kan voldoen.
Daarom oordeelt de rechtbank dat verzoeker zich niet in een problematische of uitzichtloze schuldsituatie bevindt en wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af. Dit betekent niet dat er geen andere gronden voor afwijzing kunnen zijn, maar op basis van de huidige feiten is toewijzing niet gerechtvaardigd.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen omdat verzoeker zijn schulden binnen enkele maanden kan voldoen.