ECLI:NL:RBROT:2024:5661
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot beëindiging van de ISD-maatregel wegens voortgezet recidiverisico
De veroordeelde is bij vonnis van 20 juli 2022 veroordeeld tot een ISD-maatregel van twee jaar. Na een eerder afgewezen verzoek tot beëindiging in juli 2023, diende de veroordeelde opnieuw een verzoek in voor tussentijdse beoordeling van de noodzaak van voortzetting van de maatregel.
Tijdens de zitting van 9 april 2024 werden de veroordeelde, zijn raadsman, de officier van justitie en een deskundige gehoord. De officier van justitie bepleitte voortzetting van de maatregel vanwege het blijvende risico op recidive en het belang van bescherming van de maatschappij. De veroordeelde stelde dat de maatregel zinloos was omdat er onvoldoende resocialisatie plaatsvond en hij aan zijn lot werd overgelaten.
De rechtbank concludeerde dat ondanks enkele stappen in het resocialisatietraject, zoals verblijf op een forensisch psychiatrische kliniek, dagbesteding en aanmeldingen voor begeleid wonen, de veroordeelde nog steeds problemen heeft die hij niet zelfstandig kan oplossen. Zijn onttrekking aan toezicht en beperkte behandelmotivatie onderstrepen het risico. De maatregel wordt daarom voortgezet om terugval en recidive te voorkomen.
De rechtbank wees het verzoek tot beëindiging af en bepaalde dat de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel wordt voortgezet, met het oog op het bieden van hulp en begeleiding binnen een beschermde woonvoorziening en het waarborgen van de veiligheid van de samenleving.
Uitkomst: Het verzoek tot beëindiging van de ISD-maatregel wordt afgewezen en de maatregel wordt voortgezet.