Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 3 mei 2024, met bijlagen;
- de brief van 31 mei 2024 namens Fivoor, met bijlagen;
- de spreekaantekeningen namens Fivoor.
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een kort geding tussen een ex-werknemer en haar voormalige werkgever Fivoor B.V., waarbij de ex-werknemer vordert dat Fivoor haar ziektewet-uitkering betaalt, vermeerderd met een boete, en daarnaast voorschotten op niet uitbetaalde verlofuren en schadevergoeding wegens slecht werkgeverschap.
De arbeidsovereenkomst liep van november 2022 tot november 2023 en eindigde door het verstrijken van de bepaalde duur. De ex-werknemer meldde zich ziek in september 2023, maar de bedrijfsarts verklaarde haar niet arbeidsongeschikt. Het UWV oordeelde later dat zij wel arbeidsongeschikt was in bepaalde perioden. Fivoor is eigenrisicodrager voor de Ziektewet.
De kantonrechter oordeelt dat de civiele rechter onbevoegd is om over de ziektewet-uitkering te oordelen; de ex-werknemer moet het UWV aanspreken en zo nodig bestuursrechtelijke procedures volgen. De overige vorderingen, waaronder betaling van verlofuren en voorschot op schadevergoeding wegens slecht werkgeverschap, worden afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en onvoldoende onderbouwing.
De ex-werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten van € 949,00. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Ex-werknemer is niet-ontvankelijk in haar vordering tot betaling van de ziektewet-uitkering en overige vorderingen worden afgewezen; zij wordt veroordeeld in de proceskosten.