Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis van de officier van justitie
- vrijspraak van de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten;
- bewezenverklaring van de onder 5 en 6 ten laste gelegde feiten;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf van 180 dagen
4.Procesafspraken
- het Openbaar Ministerie zal het vonnis in de zaak van de medeverdachte [medeverdachte01] van 20 januari 2022 (met parketnummer 10/960205-16), waartegen geen hoger beroep is ingesteld, als leidraad zien voor het in te nemen standpunt over de aan de verdachte ten laste gelegde feiten;
- het Openbaar Ministerie zal, in verband daarmee, ter terechtzitting:
- rekwireren tot vrijspraak van de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten en tot bewezenverklaring van de onder 5 en 6 ten laste gelegde feiten en zich ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde feit refereren aan het oordeel van de rechtbank, en;
- eisen dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen, waarvan 108 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en een geldboete van € 10.000,-, subsidiair 85 dagen hechtenis;
- het Openbaar Ministerie zal de gelegde beslagen opheffen;
- de verdediging zal geen onderzoekswensen indienen;
- de verdediging zal geen (bewijs)verweren voeren;
- de verdachte erkent de feiten 5 en 6;
- de verdediging en het Openbaar Ministerie zullen geen hoger beroep instellen indien de rechtbank komt tot een strafoplegging conform de eis van de officier van justitie of daarvan niet meer dan 10% afwijkt.
5.Ontvankelijkheid officier van justitie en beoordeling feit 4
verhandelendie niet aan de krachtens artikel 13, eerste lid onderdelen a, b, c en e gestelde voorschriften voldoet.
6.Vrijspraak feiten 1, 2 en 3
7.Bewijswaardering feiten 5 en 6
8.Bewezenverklaring feiten 5 en 6
(kopieën van)valse facturen, te weten:
(en
)te dienen,
ndie geschriften (telkens) echt en onvervalst,
/hebbenverdachte en/of zijn mededaders
(en
)in beslag genomen waren.
9.Strafbaarheid feiten
opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst en opzettelijk een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht voorhanden hebben terwijl hij weet dat het geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst, gepleegd door een rechtspersoon, terwijl de verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd.
medeplegen van opzettelijk voorwerpen die kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen met het oogmerk om de inbeslagneming daarvan te beletten en/of te verijdelen, aan het onderzoek van de ambtenaren van de justitie of politie onttrekken, meermalen gepleegd.
10.Strafbaarheid verdachte
11.Motivering straffen
12.Voorlopige hechtenis
13.In beslag genomen voorwerpen
14.Toepasselijke wettelijke voorschriften
15.Bijlage
16.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 180 (honderdtachtig) dagen;
108 (honderdacht)dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
geldboete van € 10.000,00 (tienduizend euro),bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door
85 (vijfentachtig) dagen hechtenis;