Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.[eiser 1] ,
2.
[eiser 2],
3.
[eiser 3],
1.VAN ZANTEN BOUW B.V.,
2.
[gedaagde sub 2],
1.De procedure
- de akte na tussenvonnis van [eiser 1] c.s. met producties XXIII en XXIV,
- de akte uitlaten van Van Zanten,
2.De verdere beoordeling
- Van Zanten onrechtmatig jegens [eiser 1] c.s. heeft gehandeld door na te laten om een op een deugdelijke risicoanalyse gebaseerd monitoringsplan voor het pand aan de [straatnaam] [huisnummer A] en [huisnummer B] te Maassluis (hierna: het pand) te maken en door geen nieuw Bouwveiligheidsplan met een monitoringsplan ter toetsing bij de gemeente Maassluis in te dienen,
- een deskundigenonderzoek nodig is voor de beantwoording van de vraag, of met het gebruik van (zand)grond als verdichtingsmiddel bij het trekken van de damwand, een norm jegens [eiser 1] c.s. is geschonden;
- een deskundigenonderzoek nodig is naar het causaal verband tussen de sinds de bouwwerkzaamheden opgetreden schade aan het pand en het eerste en tweede gedachtestreepje (gestelde) onrechtmatig handelen van Van Zanten en [gedaagde sub 2] ,
- het raadzaam is om het voormelde deskundigenonderzoek uit te breiden met een onderzoek naar de herstelkosten die [eiser 1] c.s. sowieso had moeten maken in verband met de staat waarin het pand voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden verkeerde en de voorgenomen verbouwing van het pand.
3.De beslissing
- op Van Zanten rustte als hoofdaannemer de plicht om onderzoek te doen naar mogelijke nadelige gevolgen van bouwwerkzaamheden en de voorzorgsmaatregelen welke die gevolgen kunnen voorkomen of beperken om vervolgens de maatregelen te treffen die redelijkerwijze van haar kunnen worden gevergd;
- Van Zanten heeft die plicht geschonden door na te laten om een op een deugdelijke risicoanalyse gebaseerd monitoringsplan voor het pand te maken,
- op [gedaagde sub 2] als onderaannemer rustte slechts een onderzoeksplicht als voor haar zonder nader onderzoek kenbaar was dat er bij de damwandwerkzaamheden onvoldoende rekening werd gehouden met de belangen van derden,
- de voor [gedaagde sub 2] kenbare omstandigheden waren in ieder geval dat de werkzaamheden plaatsvonden in een dijklichaam, in een bebouwde omgeving, en op een afstand van 6,8 tot 8,5 meter van (de voorgevel) van het pand.
binnen twee wekenna de datum van de nog te ontvangen nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,
woensdag 2 oktober 2024,