Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- mevrouw E. Bulthuis, werkzaam bij de Kredietbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlener);
- mevrouw F. Eichler, werkzaam bij het Centrum voor Dienstverlening (hierna: maatschappelijk werker).
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft een dwangakkoord aangevraagd op grond van artikel 287a Faillissementswet omdat één schuldeiser niet wilde instemmen met een aangeboden schuldregeling. De regeling omvatte een betaling van 8,84% van de totale schuldenlast via een saneringskrediet, gebaseerd op de NVVK-norm en een Participatiewet-uitkering als inkomensbasis.
Tien van de elf schuldeisers gingen akkoord, maar één schuldeiser met een relatief klein aandeel van 3,2% weigerde. De rechtbank oordeelde dat het aanbod het maximale haalbare was, mede gelet op de psychische gesteldheid van verzoeker en het ontbreken van uitzicht op hoger inkomen. De regeling bood een gunstiger resultaat dan de wettelijke schuldsaneringsregeling, die hogere kosten en langere looptijd kent.
De rechtbank veroordeelde de weigeraar tot instemming met het akkoord en wees het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af. Hiermee kan verzoeker zijn schuldenproblematiek voortvarend oplossen zonder in een langdurige schuldsaneringsregeling te belanden.
Uitkomst: Verzoek tot dwangakkoord wordt toegewezen en schuldsaneringsregeling afgewezen.