ECLI:NL:RBROT:2024:5228

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
23 april 2024
Publicatiedatum
7 juni 2024
Zaaknummer
10/003911-24
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling van verdachte voor het medeplegen van opzettelijk teweegbrengen van ontploffingen en openlijk geweld tegen politieambtenaren tijdens nieuwjaarsrellen in Nieuw-Beijerland

Op 23 april 2024 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in de zaak tegen een 20-jarige verdachte, die betrokken was bij de nieuwjaarsrellen in Nieuw-Beijerland op 1 januari 2024. De verdachte werd beschuldigd van het medeplegen van opzettelijk teweegbrengen van ontploffingen door het afschieten van een shell met een lanceerbuis in de richting van politieagenten en leden van de Mobiele Eenheid (ME), alsook het gooien van zwaar vuurwerk naar de ME. De rechtbank oordeelde dat de verdachte samen met anderen opzettelijk een shell heeft aangestoken en deze in de richting van politieagenten heeft afgevuurd, wat resulteerde in verwondingen bij twee agenten. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, en een taakstraf van 120 uur. De vorderingen van immateriële schadevergoeding van de niet-gewonde agenten werden afgewezen, omdat zij onvoldoende bewijs hadden geleverd van aantasting van hun persoon in de zin van artikel 6:106 BW. De rechtbank benadrukte de ernst van de feiten en het gevaar dat de verdachte en zijn mededaders hebben veroorzaakt voor de betrokken hulpverleners.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3
Parketnummer: 10/003911-24
Datum uitspraak: 23 april 2024
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres] ,
ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in [detentieadres]
,
raadsman mr. W.B.O. van Soest, advocaat te Rotterdam.

1.Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 9 april 2024.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3.Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. N. Aandewiel heeft gevorderd:
  • bewezenverklaring van het onder 1 primair (met gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar), 2, 3 primair (gemeen gevaar voor goederen en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel) en 4 ten laste gelegde;
  • veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar;
  • oplegging aan de verdachte van de maatregel tot beperking van de vrijheid, als bedoeld in artikel 38v, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, inhoudende – kort gezegd – huisarrest tijdens de komende jaarwisseling, en dadelijke uitvoerbaarheid van die maatregel.

4.Bewijs en bewezenverklaring

4.1.
Bewijsverweren
De verdediging heeft ten aanzien van het onder 1 en 2 ten laste gelegde betoogd dat partiële vrijspraak dient te volgen voor het aansteken van meerdere shells door de verdachte. Uit het dossier kan slechts de betrokkenheid van de verdachte bij het aansteken van één shell volgen en dit is ook wat de verdachte heeft verklaard: hij heeft één keer ‘een vuurtje’ gegeven.
De verdediging heeft eveneens vrijspraak bepleit van het onder 3 ten laste gelegde omdat niet kan worden bewezen dat er door verdachte bij het incident op de Middelstraat is gegooid met cobra’s of shells. De verklaringen van de verbalisanten hierover zijn wisselend. De verdachte heeft verklaard dat hij alleen single shots heeft afgestoken en dat hij deze niet in de richting van de politie of ME heeft gegooid. Afgaande op die verklaring alsmede op de omstandigheid dat er is gegooid terwijl de politieagenten (ME) tijdens het gooien in de auto zaten is er geen levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel bij de politieagenten ontstaan.
4.2.
Beoordeling bewijsverweren
Feit 1 en feit 2
Uit de bewijsmiddelen, waaronder de verklaring van de verdachte, blijkt dat er op 1 januari 2024 in Nieuw-Beijerland, rond 01:45 uur, vanaf de Achterstraat (kruising Marktveld) met een lanceerbuis in ieder geval twee shells zijn afgevuurd in de richting van politieagenten (surveillancedienst), leden van de Mobiele Eenheid (hierna: ME-leden) en een politievoertuig, die zich verderop in de straat bevonden op de kruising Achterstraat/Kerkstraat. De eerste shell is midden op de Achterstraat tot ontploffing gekomen, de tweede shell is dichtbij het politiepersoneel en een politievoertuig tot ontploffing gekomen. Twee politieagenten zijn daardoor gewond geraakt. Bij het afschieten van de shell is gebruik gemaakt van een lanceerbuis. Twee personen hielden hun voet op de lanceerbuis en een derde persoon stak de lont aan. Er werd onder meer gezegd ‘Hou je poot erop, goed richten’, en er werd geroepen ‘en vuren, vuren’. Daarna schoot er een projectiel met veel vonken over de straat richting de koplampen van een voertuig en volgde er een explosie ter hoogte van dat voertuig, gepaard gaand met veel vuur en vonken. Na de explosie was er gejuich en gejoel te horen. De verdachte was degene die de lont heeft aangestoken.
Op grond van deze feiten en omstandigheden is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte samen met anderen, opzettelijk een shell heeft aangestoken en deze met een lanceerbuis over de grond in de richting van de politie heeft afgeschoten, waarna deze shell is geëxplodeerd in de directe nabijheid van het aanwezige politiepersoneel en een politievoertuig.
Gelet op de aard van het afgeschoten explosief, de manier waarop er is afgeschoten (met een lanceerbuis, over de grond en in de richting van de politie en ME), de wetenschap dat er politie en ME aanwezig was en de zichtbare aanwezigheid van een politievoertuig in de richting waarin geschoten werd, was door het handelen van de verdachte en zijn mededaders levensgevaar, gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en gevaar voor goederen te duchten. Dit gevaar was naar algemene ervaringsregels redelijkerwijs voorzienbaar. Dat de verdachte zelf dat gevaar wellicht op dat moment niet heeft voorzien, doet niet ter zake.
Er is onvoldoende bewijs dat de verdachte meerdere shells heeft aangestoken dan wel daarbij als mededader betrokken is geweest. Daarvan zal de verdachte partieel worden vrijgesproken.
Feit 3
Uit de bewijsmiddelen blijkt voorts dat het kort na het incident op de Achterstraat/Kerkstraat (feit 1 en feit 2) op de Middelstraat opnieuw tot een treffen is gekomen tussen een groep jongeren en de aanwezige ME. De ME heeft, lopend vanaf de kruising Kerkstraat/Achterstraat, een groep personen richting de kruising Kerkstraat/Middelstraat gedreven. Aangekomen bij die kruising stond de groep personen stil en werd de ME door een aantal mensen uit de groep met zwaar vuurwerk bekogeld. Er werden doelgericht zware explosieven gegooid die op korte afstand van de ME en hun voertuig met een enorme klap en luchtdrukverplaatsing tot ontploffing kwamen. Hoewel niet vastgesteld kan worden dat het om zogenaamde shells of cobra’s ging, gaat de rechtbank er op grond van de beschrijving door de verbalisanten en de beroepsgerelateerde deskundigheid van – in ieder geval – één van hen, vanuit dat het om zwaar vuurwerk ging.
Meerdere verbalisanten hebben de verdachte aan de hand van de door hem gedragen kleding (waarvan de verdachte heeft gezegd dat hij inderdaad de door de verbalisanten beschreven kleding droeg) herkend en hebben de verdachte bij zijn aanhouding korte tijd later aangewezen als één van de personen die het zware vuurwerk doelgericht in hun richting gooide. Er is geen aanleiding om aan die waarnemingen te twijfelen en op basis van die verklaringen wordt er vanuit gegaan dat de verdachte in ieder geval een van de personen is geweest die zwaar vuurwerk naar de ME heeft gegooid. Vuurwerk, dat in de nabijheid van ME en voertuig tot ontploffing kwam.
Door zwaar vuurwerk in de richting van ME en hun voertuig te gooien hebben de verdachte en zijn mededaders gehandeld in de voorzienbaarheid dat daarvan gevaar voor goederen én gevaar voor zwaar lichamelijk letsel, met name oog- en oorletsel, te duchten was. Van levensgevaar was naar algemene ervaringsregels – gelet op de aard van het afgestoken zwaar vuurwerk en het feit dat het ME-personeel beschermende kleding droeg - geen sprake zodat de verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.
Het verweer dat de verdachte enkel single shots heeft gegooid wordt dus weerlegd door de bewijsmiddelen en daarom verworpen. Ten overvloede wordt daarbij nog opgemerkt dat single shots (F2) sinds 1 december 2020 ook verboden zijn.
De ME is op enig moment – toen de situatie door het gooien van het vuurwerk te gevaarlijk werd – uit veiligheidsoverwegingen in het voertuig gaan zitten. Vaststaat dat er voor die tijd – toen de ME buiten het voertuig op linie stond – (ook) al met zwaar vuurwerk naar de ME is gegooid. Het andersluidende verweer slaagt daarom ook niet.
4.3.
.3. Bewijsmotivering en bewezenverklaring
In bijlage II is de inhoud van de wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de voor het bewijs redengevende inhoud van wat hiervoor in paragraaf 4.2 is opgemerkt, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2, 3 primair en 4 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
1. primair
hij op 1 januari 2024 te Nieuw-Beijerland, gemeente Hoeksche Waard,
tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door een shell aan te steken, en vervolgens dit stuk vuurwerk af te schieten
in de richting van politieambtenaren, te weten
verbalisanten onder nummer [nummer 1] , [nummer 2] , [nummer 3] , [nummer 4] , [nummer 5] ,
[nummer 6] , [nummer 7] , [nummer 8] , en verbalisanten [verbalisant 1] en
[verbalisant 2] , en goederen, te weten een politievoertuig
terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten een (politie)voertuig en
- levensgevaar en/gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten
voornoemde
politieambtenarente duchten was;
2.
hij op 1 januari 2024 te Nieuw-Beijerland, gemeente Hoeksche Waard,
openlijk, op of aan de openbare weg, te weten de Achterstraat te Nieuw-Beijerland in vereniging geweld heeft gepleegd tegen personen te weten meerdere politieambtenaren, te weten verbalisanten onder nummer [nummer 1] , [nummer 2] , [nummer 3] , [nummer 4] , [nummer 5] , [nummer 6] , [nummer 7] , [nummer 8] , en verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] en goederen, te weten een politievoertuig, door
- een (lanceer)buis op de grond te leggen en
- ( vervolgens) voeten op deze buis te zetten en
- vanuit deze buis vuurwerk in de richting van
voornoemde politieambtenaren en politievoertuig te schieten;
3. primair
hij op 1 januari 2024 te Nieuw-Beijerland, gemeente Hoeksche Waard,
tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk
eenontploffing teweeg heeft gebracht door stukken zwaar (illegaal) vuurwerk aan te steken, en vervolgens deze stukken vuurwerk
in de richting van politieambtenaren,
te weten
verbalisanten onder nummer [nummer 9] en [nummer 10] en [nummer 11]
en [nummer 12] en [nummer 13] , en goederen, te weten een politievoertuig
te gooien, terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten een (politie)voertuig en
- gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten
voornoemde politieambtenaren te duchten was;
4.
hij op 1 januari 2024 te Nieuw-Beijerland, gemeente Hoeksche Waard,
openlijk, op of aan de openbare weg, te weten de Middelstraat te Nieuw-Beijerland
in vereniging geweld heeft gepleegd tegen personen te weten politieambtenaren,
te wetenverbalisanten onder nummer [nummer 9] en [nummer 10] en [nummer 11] en [nummer 12] en [nummer 13]
en goederen, te weten een politievoertuig, door
- stukken vuurwerk aan te steken en
- ( vervolgens) dit vuurwerk richting voornoemde politieambtenaren te gooien.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5.Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:
De eendaadse samenloop van:

1.primair

medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is;

en
2.
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen;
De eendaadse samenloop van:

3.primair

medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is;

en

4.

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

6.Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7.Motivering straf

Algemeen
De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Gepleegde feiten
Kort na de jaarwisseling 2023/2024 hebben zich in Nieuw-Beijerland meerdere ernstige ongeregeldheden voorgedaan. Nadat er een brand was gesticht en de situatie uit de hand liep doordat brandweer en politie werden bekogeld met zwaar vuurwerk is de ME ter plaatse gekomen. Kort daarna zijn de politieambtenaren en ME’ers door een groepje waar de verdachte toe behoorde beschoten met een shell, die onder luid gejuich en gejoel, met een lanceerbuis in hun richting werd afgevuurd. Het explosief is in de directe nabijheid van de politieagenten en ME’ers tot ontploffing gekomen en heeft twee van hen verwond. De verdachte heeft met zijn handelen hulpverleners in gevaar gebracht en het mag een wonder heten dat de fysieke gevolgen voor de politieagenten en ME’ers beperkt zijn gebleven. Dat het handelen van de verdachte en zijn medeverdachten diepe indruk heeft gemaakt op de betrokken politiemensen blijkt onder meer uit de indringende verklaring die op de terechtzitting is afgelegd door de sectiecommandant van de ME. Hij beschrijft dat hij na de explosie letterlijk zijn lijf aan het scannen was of alles er nog aan zat en dat hij in zijn carrière waarin hij veel heeft gezien, gevoeld en geïncasseerd, nog nooit heeft meegemaakt dat jongvolwassen mannen lachend explosieven op politiemensen afschieten zonder enig doel. Hij beschrijft de situatie waarin hij en zijn collega’s terecht zijn gekomen als ‘oorlogstaferelen’.
Daarnaast heeft de verdachte dezelfde nacht en kort na het eerdere incident – een straat verder en ook in groepsverband – zwaar vuurwerk gegooid naar een ander ME-peloton.
Het gaat dus om ernstige feiten, die veel impact hebben gemaakt op de direct betrokken politiemensen en ME, maar waardoor ook verontwaardiging is ontstaan in de maatschappij en in de gemeenschap van Nieuw-Beijerland, omdat het geweld is gepleegd tegen hulpverleners. Dit gedrag kan niet wordt getolereerd. Zoals de Officier van Justitie het treffend verwoordde: oud en nieuw is geen feest van wetteloosheid.
De straf is daarom niet alleen bedoeld voor de verdachte maar is ook bedoeld als signaal naar anderen.
Persoon verdachte
Strafblad
Uit een uittreksel uit de justitiële documentatie van 8 maart 2024 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Rapportages
Reclassering Nederland, heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd
13 maart 2024. Dit rapport houdt – onder meer - het volgende in.
De verdachte woont in het ouderlijk huis samen met zijn ouders, oudere broer en drie jongere zusjes. Hij heeft een eigen bedrijf dat goed loopt. De verdachte heeft een relatie en heeft geen schulden. Dit zijn beschermende factoren in het leven van de verdachte. Er zijn geen aanwijzingen voor psychologische problemen.
De reclassering schat het risico op recidive in als laag en adviseert een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen. Er wordt negatief geadviseerd over een gevangenisstraf. De verdachte is een first-offender, hij laat berouw zien en geeft toe dat hij een eenmalige onbezonnen daad heeft begaan. Detentie zou een zeer ontwrichtende werking hebben voor de toekomst van de verdachte.
Conclusies
Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf ven enige duur.
Bij de bepaling van deze strafsoort en de duur daarvan is ook rekening gehouden met straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. De officier heeft bij zijn strafeis gekeken naar straffen die worden geëist en worden opgelegd in zaken waarin dergelijk zwaar vuurwerk wordt gebruikt als materiaal om een explosie te veroorzaken, veelal bij woonhuizen. De rechtbank vindt deze vergelijking niet opgaan. Bij het plegen van dat soort explosies wordt weliswaar soortgelijk vuurwerk gebruikt, maar in dat geval is sprake van een vooropgezet plan om een ander doelbewust schade te berokkenen en vinden de delicten vaak plaats in opdracht van een crimineel netwerk. Er zijn geen aanwijzingen dat daarvan in dit geval sprake is.
Ook wordt rekening gehouden met de jonge leeftijd van de verdachte en de impulsiviteit van het handelen en groepsdynamiek onder invloed waarvan de feiten vermoedelijk zijn gepleegd. De verdachte heeft een blanco strafblad, tot aan de delicten een redelijk normaal leven en heeft niet eerder detentie ondergaan. Hij heeft ook oprecht spijt betuigd en de rechtbank heeft de indruk dat de verdachte inzicht heeft gekregen in het kwalijke van zijn handelen en dat hij – mede door de detentie - tot het besef is gekomen dat dit een weg is die hij niet nogmaals wil bewandelen.
Gelet op deze omstandigheden zal een groot deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk worden opgelegd. Het forse voorwaardelijke strafdeel, met een proeftijd van twee jaar, dient er toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Een proeftijd van drie jaar, zoals gevorderd door de officier van justitie, in plaats van de gebruikelijke twee jaar, wordt niet nodig geacht.
Om de verdachte verder te doordringen van de ernst van de door hem gepleegde feiten zal naast de (deels voorwaardelijke) gevangenisstraf een taakstraf worden opgelegd van 120 uur.
De rechtbank zal de officier van justitie niet volgen in de vordering aan de verdachte de maatregel tot beperking van de vrijheid op te leggen in de vorm van een gebiedsgebod voor de jaarwisseling 2024/2025, in die zin dat de verdachte van 31 december 2024 18:00 uur tot en met 1 januari 2025 06:00 uur aanwezig moet zijn op het adres waarop hij staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen. Er wordt van uit gegaan dat de verdachte niet nog een keer deze fout zal maken en dat hij zich realiseert dat wanneer dat wel zo is de kans bestaat dat de tenuitvoerlegging zal worden gevorderd van de forse voorwaardelijke gevangenisstraf die hij boven zijn hoofd heeft hangen.
Alles afwegend wordt de hierna te noemen straf passend en geboden geacht.

8.Benadeelde partijen/ schadevergoedingsmaatregelen

Vorderingen
Als benadeelde partij hebben zich in het geding gevoegd de bij de incidenten betrokken politieambtenaren/ME’ers (hierna: agenten). De agenten hebben zich in deze procedure laten bijstaan en vertegenwoordigen door mr. E. Benhaïm, advocaat te Rotterdam. De agenten vorderen vergoeding van hun immateriële schade. De agenten vorderen allen een bedrag van €350,- aan immateriële schade in verband met de aantasting in persoon door de aard en de ernst van de normschending. De agenten die daarnaast licht letsel hebben opgelopen vorderen in totaal een bedrag van €400,-. De agenten hebben hun vordering individueel toegelicht. Ter onderbouwing van de immateriële schade hebben zij - kort gezegd - beschreven hoe zij de incidenten hebben ervaren en wat het met hen heeft gedaan.
Het betreft per incident de volgende vorderingen:
Achterstraat
Verbalisant
Letsel – vordering in €
Geen letsel – vordering in €
[nummer 2]
350
[nummer 3]
350
[nummer 4]
350
[nummer 8]
350
[nummer 5]
350
[nummer 6]
350
[nummer 1]
350
[nummer 7]
400
[verbalisant 2]
350
[verbalisant 1]
400
Middelstraat
Verbalisant
Letsel – vordering in €
Geen letsel – vordering in €
[nummer 9]
350
[nummer 10]
350
[nummer 12]
350
[nummer 14]
350
[nummer 15]
350
[nummer 13]
350
Daarnaast vordert iedere agent een proceskostenvergoeding van € 82,- (liquidatietarief kanton gebaseerd op de hoogte van de vorderingen), vermeerdering van de schadevergoeding met wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt officier van justitie en standpunt verdediging
De officier van justitie heeft geconcludeerd dat de vorderingen moeten worden toegewezen. De verdediging heeft het standpunt ingenomen dat de vorderingen in verband met feit 1 en feit 2 slechts kunnen worden toegewezen voor zover deze betrekking hebben op lichamelijk letsel veroorzaakt door de afgevuurde shell. Van de overige agenten kan niet worden vastgesteld dat ze schade hebben ondervonden door het handelen van de verdachte zodat deze vorderingen moeten worden afgewezen. Ten aanzien van de vorderingen in verband met feit 3 en feit 4 heeft de verdediging gelet op het gevoerde vrijspraakverweer zich op het standpunt gesteld dat deze moeten worden afgewezen.
Beoordeling
Als de schade die het gevolg is van een onrechtmatige daad nadeel omvat dat niet in vermogensschade bestaat, heeft de benadeelde ingevolge artikel 6:106 lid 1, aanhef en onder b, BW recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding indien hij lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast.
Van de in artikel 6:106 lid 1, onder b, BW bedoelde aantasting in zijn persoon op andere wijze is in ieder geval sprake indien de benadeelde geestelijk letsel heeft opgelopen. Degene die zich hierop beroept, zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan, waartoe nodig is dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld.
Daarnaast kunnen de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde, meebrengen dat van de in artikel 6:106 lid 1, onder b, BW bedoelde aantasting in zijn persoon op andere wijze sprake is. In beginsel zal degene die zich hierop beroept de aantasting in zijn persoon met concrete gegevens moeten onderbouwen. In voorkomend geval kunnen de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen (HR 15-3-2019, ECLI:NL:HR:2019:376,
EBI).
Ten aanzien van de agenten die geen letsel hebben opgelopen
Het hangt af van de aard en ernst van de normschending, het daardoor getroffen (persoons)belang en de ernst van de feitelijke gevolgen of kan worden gesproken van een aantasting van de persoon in de zin van artikel 6:106, aanhef en onder b, BW.
De agenten hebben met name beschreven hoe zij de incidenten hebben ervaren. De rechtbank begrijpt uit de indringende woorden van de agenten dat de incidenten zeer indrukwekkend zijn geweest en dat deze incidenten niet zijn te vergelijken met wat zij gewend zijn en waarvoor zij zijn opgeleid. Voor de beoordeling van het recht op schadevergoeding gaat het echter om de (relevante nadelige) gevolgen daarvan. In dit kader hebben een aantal agenten beschreven dat zij de eerste periode na de incidenten gevoelens van onrust hebben ervaren. Enkele agenten hebben aangegeven nog terug te denken aan oudjaarsnacht of deze niet snel te zullen vergeten. Dat is invoelbaar. Deze gevoelens zijn echter, mede in het licht van het feit dat geen sprake is van een misdrijf tegen de persoon (zoals verkrachting, bedreiging en belaging) onvoldoende om te kunnen spreken van aantasting in de persoon op andere wijze. Er is daarom geen sprake van een recht op smartengeld zoals bedoeld in artikel 6:106 lid 1, aanhef en onder b, BW. De vorderingen van de agenten zullen worden afgewezen.
Ten aanzien van de agenten die letsel hebben opgelopen
De agenten hebben voldoende gemotiveerd gesteld dat zij door toedoen van de verdachte en zijn medeverdachten lichamelijk letsel hebben opgelopen. Dat is door de verdediging ook niet betwist. Zoals hierboven beschreven, maakt dit dat deze agenten recht hebben op smartengeld. De rechtbank begroot deze schade naar maatstaven van billijkheid op het gevorderde bedrag van €400,-. De schadevergoeding wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2024 en daarnaast zal de schadevergoedingsmaatregel worden opgelegd.
Hoofdelijke veroordeling
Nu de verdachte de strafbare feiten, ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend (feit 1 en feit 2) samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededaders de benadeelde partijen betalen is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partijen van deze betalingsverplichting bevrijd.
Proceskosten
Nu de vorderingen van de benadeelde partij [verbalisant 1] en de benadeelde partij onder nummer [nummer 7] zullen worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partijen gemaakt, tot op heden begroot op
€ 82,-, per benadeelde partij, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
Nu de vorderingen van de benadeelde partij [verbalisant 2] en de benadeelde partijen onder nummer [nummer 2] , [nummer 3] , [nummer 4] , [nummer 8] , [nummer 5] , [nummer 6] , [nummer 1] , [nummer 9] , [nummer 10] , [nummer 12] , [nummer 14] , [nummer 15] en [nummer 13] zullen worden afgewezen, zullen deze benadeelde partijen worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.
Conclusie
De verdachte moet aan zowel de benadeelde partij [verbalisant 1] en de benadeelde partij onder nummer [nummer 7] een schadevergoeding betalen van €400,-, telkens vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.
Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

9.Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 38v, 38w, 47, 55, 57, 141 en 157 van het Wetboek van Strafrecht.

10.Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11.Beslissing

De rechtbank:
verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 primair, 2, 3 primair en 4 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden;
bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot
8 (acht) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een
proeftijd, die wordt gesteld op
2 jaren;
de tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft dat hij zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig zal maken;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
veroordeelt de verdachte tot een
taakstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, waarbij Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;
beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht,
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
60 (zestig) dagen;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van de dag waarop de totale duur van de tot dan toe ondergane verzekering en voorlopige hechtenis gelijk zal zijn aan die van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf;
Benadeelde partij [benadeelde partij 1]
veroordeelt de verdachte, hoofdelijk met zijn mededaders, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij
[benadeelde partij 1] , te betalen een bedrag van
€ 400,-,(zegge: vierhonderd euro), aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 1 januari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op €82,-, aan salaris voor de advocaat en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
legt aan de verdachte
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [benadeelde partij 1] te betalen
€ 400,-,(hoofdsom, zegge: vierhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van €
400,-,niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
8 (acht) dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededaders, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;
Benadeelde partij onder nummer [nummer 7]
veroordeelt de verdachte, hoofdelijk met diens mededaders, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij
onder nummer [nummer 7] , te betalen een bedrag van
€400,-,(zegge: vierhonderd euro), aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf
1 januari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op €82,-, aan salaris voor de advocaat en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
legt aan de verdachte
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van benadeelde partij onder nummer [nummer 7] te betalen
€400,-,(hoofdsom, zegge: vierhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van €400,-, niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
8 (acht) dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededaders, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;
Benadeelde partij onder nummer [nummer 2]
wijst de vordering van de benadeelde partij onder nummer [nummer 2] af;
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;
Benadeelde partij onder nummer [nummer 3]
wijst de vordering van de benadeelde partij onder nummer [nummer 3] af;
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;
Benadeelde partij onder nummer [nummer 4]
wijst de vordering van de benadeelde partij onder nummer [nummer 4] af;
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;
Benadeelde partij onder nummer [nummer 8]
wijst de vordering van de benadeelde partij onder nummer [nummer 8] af;
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;
Benadeelde partij onder nummer [nummer 5]
wijst de vordering van de benadeelde partij onder nummer [nummer 5] af;
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;
Benadeelde partij onder nummer [nummer 6]
wijst de vordering van de benadeelde partij onder nummer [nummer 6] af;
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;
Benadeelde partij onder nummer [nummer 1]
wijst de vordering van de benadeelde partij onder nummer [nummer 1] af;
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;
Benadeelde partij [benadeelde partij 2]
wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] af;
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;
Benadeelde partij onder nummer [nummer 9]
wijst de vordering van de benadeelde partij onder nummer [nummer 9] af;
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;
Benadeelde partij onder nummer [nummer 10]
wijst de vordering van de benadeelde partij onder nummer [nummer 10] af;
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;
Benadeelde partij onder nummer [nummer 12]
wijst de vordering van de benadeelde partij onder nummer [nummer 12] af;
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;
Benadeelde partij onder nummer [nummer 14]
wijst de vordering van de benadeelde partij onder nummer [nummer 14] af;
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;
Benadeelde partij onder nummer [nummer 15]
wijst de vordering van de benadeelde partij onder nummer [nummer 15] af;
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;
Benadeelde partij onder nummer [nummer 13]
wijst de vordering van de benadeelde partij onder nummer [nummer 13] af;
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.K. Asscheman-Versluis, voorzitter,
mr. E.A. Poppe-Gielesen en mr. J. van de Klashorst, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. C.Y. de Lange, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
1.
hij op of omstreeks 1 januari 2024 te Nieuw-Beijerland, gemeente Hoeksche Waard,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door een of meerdere shell(s), althans een of
meerdere stukken zwaar (illegaal) vuurwerk aan te steken, althans in aanraking te
brengen met open vuur, en/of vervolgens dit/deze stuk(ken) vuurwerk af te schieten
naar en/of in de richting van een of meer politieambtenaren, waaronder verbalisanten onder nummer [nummer 1] , [nummer 2] , [nummer 3] , [nummer 4] , [nummer 5] , [nummer 6] , [nummer 7] , [nummer 14] , [nummer 8] , [nummer 15] en/of verbalisanten [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] , terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten een of meerdere (politie)voertuigen en/of
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten
voornoemde politie ambtenaren te duchten was
(art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 157 ahf/sub 2 Wetboek van
Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)
subsidiair:
hij op of omstreeks 1 januari 2024 te Nieuw-Beijerland, gemeente Hoeksche Waard,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een of meer politieambtenaren, waaronder verbalisanten onder nummer [nummer 1] , [nummer 2] , [nummer 3] , [nummer 4] , [nummer 5] , [nummer 6] , [nummer 7] , [nummer 14] , [nummer 8] , [nummer 15] en/of verbalisanten [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2]
opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen
- een shell, althans een of meerdere stukken zwaar (illegaal) vuurwerk heeft aangestoken, althans in aanraking heeft gebracht met open vuur en/of
- ( vervolgens) dat/die stukken vuurwerk naar voornoemde politieambtenaren heeft afgeschoten
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
(art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht)
2.
hij op of omstreeks 1 januari 2024 te Nieuw-Beijerland, gemeente Hoeksche Waard,
openlijk, te weten de Achterweg en/of Kerkstraat en/of Achterdoel te Nieuw-Beijerland
in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats,
in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon en/of personen te weten een of meerdere politieambtenaren, waaronder verbalisanten onder nummer [nummer 1] , [nummer 2] ,
[nummer 3] , [nummer 4] , [nummer 5] , [nummer 6] , [nummer 7] , [nummer 14] , [nummer 8] , [nummer 15] en/of
verbalisanten [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] en/of goederen, te weten een of meerdere politievoertuigen, door
- een (lanceer)buis op de grond te leggen en/of
- ( vervolgens) een of meerdere voet(en) op deze buis te zetten en/of
- vanuit deze buis een of meerdere stukken vuurwerk naar en/of in de richting van
voornoemde politieambtenaren en/of politievoertuigen te schieten;
(art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 141 lid 2 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht,
art 141 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht)
3.
hij op of omstreeks 1 januari 2024 te Nieuw-Beijerland, gemeente Hoeksche Waard,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk
en ontploffing teweeg heeft gebracht door een of meerdere cobra(s) en/of shell(s),
althans een of meerdere stukken zwaar (illegaal) vuurwerk aan te steken, althans in
aanraking te brengen met open vuur, en/of vervolgens dit/deze stuk(ken) vuurwerk
in de richting van een of meer politieambtenaren, waaronder verbalisanten onder nummer [nummer 9] en/of [nummer 10] en/of [nummer 11] en/of [nummer 12] en/of [nummer 13] te gooien
terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten een of meerdere (politie)voertuigen en/of
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander,te weten
voornoemde politieambtenaren te duchten was;
(art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 157 ahf/sub 2 Wetboek van
Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)
subsidiair:
hij op of omstreeks 1 januari 2024 te Nieuw-Beijerland, gemeente Hoeksche Waard
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een of meerdere politieambtenaren waaronder verbalisanten onder nummer [nummer 16] en/of [nummer 9] en/of [nummer 10] en/of [nummer 11] en/of [nummer 12] en/of [nummer 13] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen
- een cobra en/of shell, althans een of meerdere stukken zwaar (illegaal) vuurwerk
heeft aangestoken, althans in aanraking heeft gebracht met open vuur en/of
- ( vervolgens) dat/die stukken vuurwerk naar voornoemde politieambtenaren heeft
afgeschoten,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
(art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht)
4.
hij op of omstreeks 1 januari 2024 te Nieuw-Beijerland, gemeente Hoeksche Waard,
openlijk, te weten de Middelstraat te Nieuw-Beijerland, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging, geweld heeft gepleegd tegen een persoon en/of personen te weten een of meerdere politieambtenaren, waaronder verbalisanten onder nummer [nummer 16] en/of [nummer 9] en/of [nummer 10] en/of [nummer 11] en/of [nummer 12] en/of [nummer 13] en/of goederen, te weten een of meerdere politievoertuigen, door
- een of meerdere stukken vuurwerk althans goederen uit te delen en/of
- richting voornoemde politieambtenaren te lopen met een stuk vuurwerk en/of dit
stuk vuurwerk aan te steken en/of
- ( vervolgens) dit stuk vuurwerk richting voornoemde politieambtenaren te gooien;
(art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 141 lid 2 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht,
art 141 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht)