ECLI:NL:RBROT:2024:5190
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij beëindiging Ziektewetuitkering
Eiser werd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) per 22 augustus 2022 weer arbeidsgeschikt verklaard en zijn Ziektewetuitkering beëindigd. Tegen deze besluiten en het daaropvolgende bezwaar werd beroep ingesteld. De rechtbank moest eerst beoordelen of het beroepschrift tijdig was ingediend. De wettelijke termijn van zes weken liep tot en met 19 december 2022, maar het beroepschrift werd pas op 26 januari 2023 ontvangen.
Eiser voerde aan dat hij het beroep tijdig had ingediend bij de rechtbank Den Haag, maar werd daar niet-ontvankelijk verklaard omdat hij geen beroep had ingesteld tegen het besluit. Tijdens de zitting gaf eiser aan niet te weten waarom hij pas op 26 januari bij de rechtbank Rotterdam het beroep had ingediend. De rechtbank oordeelde dat de omstandigheden van eiser, waaronder zijn klachten en slechte relatie met de overheid, onvoldoende waren om de termijnoverschrijding te verontschuldigen.
De rechtbank verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk en behandelde het beroep niet inhoudelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling of griffierechtvergoeding opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens een niet-verschoonbare termijnoverschrijding.