Uitspraak
Rolbeslissing van de kantonrechter
[eiser01] ,
[gedaagde01] ,
donderdag 4 maart 2024om
11:30 uurvoor het indienen van zijn reactie op de dagvaarding. Nader uitstel zal niet worden verleend, tenzij beide partijen daarom verzoeken.
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele procedure tussen eiser en gedaagde heeft de gedaagde, die zelf procedeert, een verzoek ingediend om zes maanden uitstel voor het reageren op de dagvaarding. Dit verzoek is gedaan vanwege het herstel van de gedaagde na een beroerte.
De eiser is niet akkoord gegaan met het uitstelverzoek. De kantonrechter heeft afgewogen dat een eiser in het algemeen niet langdurig uitstel hoeft te verlenen, maar erkent de medische omstandigheden van de gedaagde.
Daarom is besloten om uitstel te verlenen tot de rolzitting op 4 maart 2024, waarbij de gedaagde uiterlijk de dag voor die zitting schriftelijk moet reageren. Nadere uitstel wordt niet verleend tenzij beide partijen dit gezamenlijk aanvragen. Indien schriftelijk gereageerd wordt, hoeft de gedaagde niet persoonlijk te verschijnen.
Deze beslissing is genomen door de kantonrechter en in het openbaar uitgesproken op 5 januari 2024.
Uitkomst: Uitstel wordt verleend tot de rolzitting van 4 maart 2024 met de verplichting tot schriftelijke reactie en zonder nadere uitstel tenzij partijen gezamenlijk verzoeken.