ECLI:NL:RBROT:2024:516

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
5 januari 2024
Publicatiedatum
29 januari 2024
Zaaknummer
10823378 CV EXPL 23-32226
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rolbeslissing over uitstelverzoek vanwege ziekte in civiele procedure

In deze civiele procedure tussen eiser en gedaagde heeft de gedaagde, die zelf procedeert, een verzoek ingediend om zes maanden uitstel voor het reageren op de dagvaarding. Dit verzoek is gedaan vanwege het herstel van de gedaagde na een beroerte.

De eiser is niet akkoord gegaan met het uitstelverzoek. De kantonrechter heeft afgewogen dat een eiser in het algemeen niet langdurig uitstel hoeft te verlenen, maar erkent de medische omstandigheden van de gedaagde.

Daarom is besloten om uitstel te verlenen tot de rolzitting op 4 maart 2024, waarbij de gedaagde uiterlijk de dag voor die zitting schriftelijk moet reageren. Nadere uitstel wordt niet verleend tenzij beide partijen dit gezamenlijk aanvragen. Indien schriftelijk gereageerd wordt, hoeft de gedaagde niet persoonlijk te verschijnen.

Deze beslissing is genomen door de kantonrechter en in het openbaar uitgesproken op 5 januari 2024.

Uitkomst: Uitstel wordt verleend tot de rolzitting van 4 maart 2024 met de verplichting tot schriftelijke reactie en zonder nadere uitstel tenzij partijen gezamenlijk verzoeken.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 10823378 CV EXPL 23-32226
datum uitspraak: 5 januari 2024

Rolbeslissing van de kantonrechter

in de zaak van

[eiser01] ,

woonplaats: [woonplaats01] ,
eiser,
gemachtigde: mr. L.J. Witvliet,
tegen

[gedaagde01] ,

woonplaats: [woonplaats02] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘ [eiser01] ’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.
Op 27 november 2023 is namens [eiser01] een dagvaarding uitgebracht aan [gedaagde01] . Namens [gedaagde01] heeft zijn zus, [naam01] , per e-mail van 3 december 2023 verzocht om zes maanden uitstel om te reageren op de eis van [eiser01] , omdat [gedaagde01] herstellende is van een beroerte. [eiser01] heeft aangegeven daarmee niet akkoord te gaan.
In deze stand van het geding dient eerst beslist te worden op het uitstelverzoek van [gedaagde01] .
De kantonrechter stelt vast dat van een eiser in zijn algemeenheid niet kan worden verwacht langdurig uitstel te verlenen. Anderzijds staat niet ter discussie dat [gedaagde01] herstellende is na een beroerte. In de gegeven omstandigheden ziet de kantonrechter aanleiding om [gedaagde01] uitstel te verlenen tot de rolzitting van
donderdag 4 maart 2024om
11:30 uurvoor het indienen van zijn reactie op de dagvaarding. Nader uitstel zal niet worden verleend, tenzij beide partijen daarom verzoeken.
Als [gedaagde01] schriftelijk reageert, dan moet die reactie uiterlijk de dag voor de genoemde rolzitting in tweevoud zijn ontvangen op de rechtbank. In dat geval is het niet nodig dat [gedaagde01] naar de rolzitting komt.
Deze beslissing is gegeven door mr. A.M. van Kalmthout en in het openbaar uitgesproken.
43416