Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1 impliciet primair (witwassen in de periode 24 maart 2020 tot en met 1 januari 2021) en 2 primair (medeplegen oplichting in de periode van 1 september 2020 tot en met 1 januari 2021) ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van veertien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.
4.Waardering van het bewijs
27maart 2020 tot en met 1 januari 2021, in Nederland, meerdere voorwerpen, te weten:
warenuit enig misdrijf;
5.Strafbaarheid feiten
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straffen
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Bijlagen
10.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden;
taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, waarbij Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;
120 (honderdtwintig) dagen.