Verzoeker heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 287b, eerste lid, Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die verweerster verbiedt het vonnis tot ontruiming van zijn woonruimte uit te voeren. De ontruiming was gepland naar aanleiding van een vonnis van 26 januari 2024 wegens huurachterstand.
De rechtbank constateert dat sprake is van een bedreigende situatie omdat de ontruiming op korte termijn zou plaatsvinden. Verzoeker heeft inmiddels een beschermingsbewindvoerder en schuldhulpverlening ingeschakeld, en de huurtermijnen van maart, april en mei 2024 zijn voldaan. Verweerster betwist de stiptheid van toekomstige betalingen vanwege oplopende huurachterstand.
De rechtbank weegt het belang van verzoeker, die in zijn woning wil blijven en het schuldhulpverleningstraject wil voortzetten, zwaarder dan het belang van verweerster om het vonnis uit te voeren. Daarom wordt de voorlopige voorziening toegewezen onder de voorwaarde dat de lopende huurtermijnen tijdig worden voldaan. Tevens wordt verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw.