Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding tevens houdende incidentele vordering ex artikel 843a Rv, met 21 producties;
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie, met 2 producties;
- de conclusie van antwoord in reconventie, met producties 22 en 23;
- productie 3 van [persoon A] ;
- de spreekaantekeningen van partijen bij de mondelinge behandeling op 10 april 2024.
2.De feiten
- [persoon A] draagt het eigendom van zijn huidige en toekomstige vorderingen op Dickhoff over aan Activum (artikel 1 Factoringovereenkomst Pro);
- [persoon A] dient Activum wekelijks op de hoogte te stellen van (onder andere) zijn werkzaamheden voor opdrachtgevers (artikel 5 Factoringovereenkomst Pro);
- [persoon A] is een factoringvergoeding van 5% over de omzet als behaald bij Dickhoff
“Meerdere bronnen hebben aan ons bevestigd dat jij recent weer werkzaamheden hebt verricht bij Aannemings- en stucadoorsbedrijf Dickhoff, zonder daarbij onze dienstverlening te hebben afgenomen.
3.Het geschil
4.De beoordeling
Als afnemers van bemiddelingsdiensten na een geslaagde bemiddeling buiten het bemiddelingsbureau om voor de desbetreffende opdrachtgever zouden kunnen gaan werken, ontvangt het bemiddelingsbureau geen vergoeding voor haar bemiddeling.
€ 2.500,-. Wat betreft de hoogte van de boete die aan Olympus verschuldigd is, ziet de rechtbank voor matiging geen grond. De boete is gebaseerd op twee afzonderlijke overtredingen van belangrijke verplichtingen van [persoon A] in de bemiddelingsovereenkomst. De hoogte van de boete is gericht op bescherming van het verdienmodel van Olympus en moet in dat licht ook een voldoende sterke prikkel op naleving inhouden.
€ 1.026,40.
178,-(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
€ 100,-
3.De beslissing
€ 92,00 extra aan Olympus betalen, plus de kosten van betekening;