ECLI:NL:RBROT:2024:4852
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Oneerlijke huurprijswijzigingsbepaling leidt tot verval huurverhogingen en betaling achterstallige huur
Snip Vastgoed B.V. vordert betaling van achterstallige huur van gedaagde, die niet is verschenen en verstek is verleend. De kantonrechter toetst ambtshalve de redelijkheid van de huurprijswijzigingsbepaling in de huurovereenkomst, waarin een jaarlijkse huurverhoging op basis van de consumentenprijsindex plus minimaal 4% is opgenomen.
De rechter oordeelt dat deze bepaling oneerlijk is omdat zij de verhuurder een recht geeft tot een huurverhoging die verder gaat dan een redelijke marktinschatting, waarbij een stijging van CPI plus één procentpunt als redelijk wordt beschouwd. De enkele stelling dat de bepaling destijds was toegestaan en niet eenzijdig kan worden gewijzigd, rechtvaardigt dit niet.
Vernietiging van de bepaling leidt ertoe dat alle huurverhogingen vervallen en de oorspronkelijke kale huurprijs van € 1.215,- blijft gelden. Voor oktober 2023 is vastgesteld dat gedaagde nog € 950,18 aan huur verschuldigd is. Incassokosten en rente worden afgewezen vanwege oneerlijke bepalingen in de overeenkomst.
De kantonrechter wijst overige vorderingen af, veroordeelt gedaagde in de proceskosten en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Vriezen en op 23 mei 2024 uitgesproken.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 950,18 aan achterstallige huur en proceskosten, terwijl de huurprijswijzigingsbepaling als oneerlijk wordt vernietigd.