De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van ontucht met een 14-jarig meisje in de nacht van 20 op 21 maart 2022. De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 2 jaar en een contactverbod.
De rechtbank stelde vast dat verdachte waarschijnlijk aanwezig was in de woning waar het incident plaatsvond, mede op basis van een Snapchatfilmpje en een tapgesprek. Echter, er was onvoldoende bewijs om buiten redelijke twijfel vast te stellen dat verdachte seks heeft gehad met het slachtoffer. Er werd geen DNA gevonden en de verklaringen van het slachtoffer en medeverdachten waren onvoldoende specifiek en overtuigend.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het ten laste gelegde. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar schadevordering omdat geen straf of maatregel was opgelegd. De rechtbank nam geen inhoudelijke beslissing over de schadevergoeding en veroordeelde de benadeelde partij in de proceskosten.