ECLI:NL:RBROT:2024:4793
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot toepassing wettelijke schuldsaneringsregeling ondanks ontbreken goede trouw
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wegens onvermogen tot betaling van zijn schulden. De rechtbank heeft het verzoek behandeld en vastgesteld dat verzoeker niet langer kan voldoen aan zijn betalingsverplichtingen en daarom in aanmerking komt voor de regeling.
Hoewel verzoeker niet te goeder trouw was ten aanzien van drie schulden die zijn ontstaan tijdens een periode van echtscheiding en grote spanningsklachten, is op grond van artikel 288, derde lid Faillissementswet, de regeling toch toegewezen. De rechtbank oordeelt dat verzoeker de omstandigheden die tot deze schulden hebben geleid inmiddels onder controle heeft gekregen en een positieve gedragsverandering heeft doorgemaakt.
Verzoek tot een eerdere ingangsdatum van de regeling wordt afgewezen omdat verzoeker niet volledig heeft voldaan aan zijn sollicitatieplicht in de drie maanden voorafgaand aan het verzoek, ondanks dat er wel een spaarbedrag was opgebouwd. De looptijd van de schuldsaneringsregeling wordt vastgesteld op achttien maanden vanaf 22 mei 2024.
De rechtbank benoemt een rechter-commissaris en kent een voorschot toe op de vergoeding van de bewindvoerder. Tevens krijgt de bewindvoerder last tot het openen van aan verzoeker gerichte post. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling toe met een looptijd van achttien maanden vanaf 22 mei 2024.