ECLI:NL:RBROT:2024:4772
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing schuldsaneringsregeling ondanks schuld uit misdrijf en psychiatrische problematiek
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wegens onvermogen tot betaling van schulden. De rechtbank heeft het verzoek behandeld en vastgesteld dat verzoeker aan de formele voorwaarden voldoet, waaronder het feit dat hij is opgehouden met betalen en niet kan voortgaan met betaling van zijn schulden.
Hoewel verzoeker schulden heeft die zijn ontstaan uit een onherroepelijke veroordeling voor een misdrijf (gekwalificeerde diefstal), en ondanks dat de goede trouw in het verleden kan worden betwijfeld vanwege psychiatrische klachten en middelengebruik, oordeelt de rechtbank dat verzoeker de omstandigheden die tot de schulden hebben geleid onder controle heeft gekregen. Dit blijkt uit een recente rapportage waaruit blijkt dat verzoeker gestopt is met medicatie en geen terugval heeft gehad.
De rechtbank stelt de schuldsaneringsregeling vast voor een termijn van achttien maanden en benoemt een rechter-commissaris. Tevens wordt een voorschot toegekend voor de vergoeding van de bewindvoerder. De rechtbank is bevoegd omdat het centrum van voornaamste belangen van verzoeker in Nederland ligt.
Het vonnis is uitgesproken door rechter H.C. van Vuren op 8 mei 2024. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen na uitspraak.
Uitkomst: Verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt toegewezen voor achttien maanden ondanks schuld uit misdrijf.