Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 19 april 2024, met producties 1 tot en met 7;
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie, met producties 1 en 2;
- de aanvullende producties 8 tot en met 10 van de man.
Rechtbank Rotterdam
Partijen, ex-partners zonder kinderen, zijn gezamenlijk eigenaar van een woning en hebben hun relatie beëindigd. De man verzocht om exclusief gebruik van de woning toe te kennen aan hem, met vertrek van de vrouw, terwijl de vrouw hetzelfde vorderde voor zichzelf inclusief het gebruik van de inboedel.
De rechtbank oordeelde dat geen van beiden meer recht heeft op de woning dan de ander en dat een ordemaatregel noodzakelijk is vanwege de spanningen die samenwonen onmogelijk maken. Bij de belangenafweging werd meegewogen dat beide partijen geen of beperkte inkomsten hebben, maar wel spaargeld om tijdelijk elders te verblijven. De man heeft in het verleden een hoger inkomen gehad en kan daardoor gemakkelijker op zijn spaargeld teren dan de vrouw.
De rechtbank wees de vorderingen van de man af en kende het exclusieve gebruik van de woning en inboedel toe aan de vrouw, met de bepaling dat de man de woning niet mag betreden zonder toestemming, totdat in de bodemprocedure over de verdeling is beslist. Proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vrouw krijgt het exclusieve gebruik van de woning en inboedel toegewezen, de vorderingen van de man worden afgewezen.