Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
- [eiser] met de gemachtigde;
- Mevrouw [persoon A] (administratief medewerker) en de heer [persoon B] (statutair bestuurder) namens [gedaagde] , met mr. W. Kistemaker namens de gemachtigde.
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak vordert eiser terugbetaling van een bedrag van € 920,77 en een verklaring voor recht dat hij volledig heeft voldaan aan een verstekvonnis uit 2018. Eiser stelt dat hij meer heeft betaald dan verplicht was, terwijl gedaagde betwist dat de berekening klopt en stelt dat eiser nog een bedrag verschuldigd is.
Tijdens de zitting is vastgesteld dat de berekening van eiser onjuist is op twee punten: dubbele betaling van een factuur is tweemaal in mindering gebracht en twee betalingen zijn ten onrechte meegenomen terwijl deze al in een eerdere procedure waren verrekend. Eiser erkent dat hij nog € 531,23 aan gedaagde verschuldigd is.
De kantonrechter wijst daarom zowel de vordering tot terugbetaling als de verklaring voor recht af. Ook de gevorderde rente en bijkomende kosten worden afgewezen omdat de hoofdsom niet wordt toegewezen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten, die worden begroot op € 337,50.
Uitkomst: De eis tot terugbetaling en verklaring voor recht wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.