ECLI:NL:RBROT:2024:4295

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
12 april 2024
Publicatiedatum
10 mei 2024
Zaaknummer
10879314 CV EXPL 24-1173
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 237 RvArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing van vordering Interpolis wegens niet-betwiste betaling en incassokosten

Interpolis Zorgverzekeringen N.V. heeft de rechtbank Rotterdam verzocht om de gedaagde te veroordelen tot betaling van een bedrag van €182,40, bestaande uit een hoofdsom van €130,95, incassokosten en rente. De gedaagde heeft na een toegekend uitstel niet gereageerd op de dagvaarding en heeft de feiten niet betwist, waardoor deze als vaststaand zijn aangenomen.

De rechtbank heeft de hoofdsom van €130,95 toegewezen, evenals de buitengerechtelijke incassokosten van €40,- op grond van artikel 6:96 BW Pro, omdat aan de voorwaarden voor vergoeding was voldaan. De wettelijke rente over de hoofdsom is eveneens toegewezen, aangezien Interpolis voldoende heeft gesteld en de gedaagde dit niet heeft betwist.

Daarnaast is de gedaagde veroordeeld tot betaling van de proceskosten, begroot op €327,38, bestaande uit dagvaardingskosten, griffierecht, salaris gemachtigde en nakosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en in het openbaar uitgesproken door kantonrechter G.A. Vriezen.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €182,40 met rente en proceskosten van €327,38.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 10879314 CV EXPL 24-1173
datum uitspraak: 12 april 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Interpolis Zorgverzekeringen N.V.,
vestigingsplaats: Leiden,
eiseres,
gemachtigde: Flanderijn,
tegen
[gedaagde] ,
woonplaats: Rotterdam,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Interpolis’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 5 januari 2024, met bijlagen;
  • de brief van [gedaagde] van 14 januari 2024.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
Interpolis eist [gedaagde] te veroordelen om € 182,40 met rente en kosten aan haar te betalen. [gedaagde] heeft uitstel gekregen voor een reactie op de dagvaarding, maar daarna niet meer gereageerd.
Hoofdsom
2.2.
[gedaagde] heeft niet aangegeven dat de feiten die in de dagvaarding staan niet kloppen. Die staan daarom in deze zaak vast. Op basis daarvan wordt de geëiste hoofdsom van € 130,95 toegewezen.
Buitengerechtelijke incassokosten
2.3.
De incassokosten van € 40,- worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW Pro).
Rente
2.4.
De rente wordt toegewezen, omdat Interpolis genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist.
Proceskosten
2.5.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen, omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van Interpolis op € 137,38 aan dagvaardingskosten, € 130,- aan griffierecht, € 40,- aan salaris voor de gemachtigde (1 punt × € 40,-) en € 20,- aan nakosten. Dat is in totaal € 327,38. Hier kan nog een bedrag bijkomen als dit vonnis wordt betekend.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
2.6.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv Pro).

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Interpolis te betalen € 182,40 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over € 130,95 vanaf de dag van dagvaarding tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Interpolis worden begroot op € 327,38;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.
43416