ECLI:NL:RBROT:2024:4274

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
10 april 2024
Publicatiedatum
8 mei 2024
Zaaknummer
676061 HA RK 24-271
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:203 BWArt. 4:206 lid 6 BWArt. 268 lid 1 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming professionele vereffenaar voor nalatenschap minderjarige erfgenaam

Op 10 april 2024 heeft de rechtbank Rotterdam besloten een professionele vereffenaar te benoemen voor de nalatenschap van een overledene die niet gehuwd was en geen geregistreerd partnerschap had. De enige erfgenaam is een minderjarig nichtje, dat de nalatenschap beneficiair heeft aanvaard. De wettelijk vertegenwoordiger van deze erfgenaam, tevens verzoekster, heeft geen ervaring met het afwikkelen van nalatenschappen en is niet bekend met de financiële situatie van de overledene.

De rechtbank oordeelde dat zij bevoegd is op grond van artikel 268 lid 1 Rv Pro en dat aan de voorwaarden voor benoeming van een vereffenaar volgens artikel 4:203 lid 1 sub a BW Pro is voldaan. Gezien het belang van een professionele afwikkeling en het ontbreken van voldoende kennis bij de wettelijk vertegenwoordiger, werd het verzoek toegewezen.

De benoemde vereffenaar is kantoorhoudende te een plaats en heeft verklaard bereid en in staat te zijn de nalatenschap te vereffenen. De rechtbank draagt op de benoeming bekend te maken in de (digitale) Staatscourant en de griffier te verzoeken de benoeming in te schrijven in het boedelregister en de kantonrechter te informeren.

Uitkomst: De rechtbank benoemt een professionele vereffenaar voor de nalatenschap van de minderjarige erfgenaam.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team handel en haven
zaaknummer: 10/676061 HA RK 24-271
Beschikking van 10 april 2024
in de zaak van:
[verzoekster] h.o.d.n. [naam bedrijf],
vestigingsplaats: Barendrecht,
in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van
[naam 1],wettelijk vertegenwoordiger van
[naam 2],
verzoekster,
advocaat: mr. J. van der Wende.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit het volgende processtuk:
- het verzoekschrift, ontvangen op 21 maart 2024, met bijlagen.
1.2.
De rechtbank heeft op verzoek van verzoekster besloten om zonder mondelinge behandeling uitspraak te doen.

2.De feiten

2.1.
Op [datum] is overleden [naam 3] (hierna: overledene). De laatste woonplaats van overledene was [plaatsnaam 1]. Overledene was ten tijde van zijn overlijden niet gehuwd en had geen geregistreerd partnerschap.
2.2.
Overledene heeft bij testament van 18 juni 2021 zijn nichtje [naam 2], geboren op [geboortedatum 1] 2007, tot zijn enig erfgenaam benoemd. Omdat de nalatenschap niet binnen drie maanden na het openvallen van de nalatenschap namens de minderjarige is verworpen, wordt zij geacht de nalatenschap van rechtswege beneficiair te hebben aanvaard. De erfgenaam wordt vanwege haar minderjarigheid wettelijk vertegenwoordigd door haar moeder, [naam 5].
2.3.
Bij beschikking van de rechtbank Rotterdam van 29 november 2017 is verzoekster benoemd tot bewindvoerder van de onder bewind gestelde goederen van [naam 5].

3.Het verzoek

3.1.
Verzoekster vraagt de rechtbank om [naam 4], kantoorhoudende te [plaatsnaam 2], te benoemen tot vereffenaar van de nalatenschap van de overledene.
3.2.
Aan het verzoek heeft verzoekster ten grondslag gelegd dat de wettelijk vertegenwoordiger van de erfgenaam niet in staat is om de nalatenschap zelf af te wikkelen. Verzoekster heeft geen ervaring met het afwikkelen van nalatenschappen. Daarnaast is zij niet bekend met de financiële huishouding van overledene.
3.3.
Het is volgens verzoekster onbekend wat de omvang van de bezittingen en schulden van de overledene is. Benoeming van een professionele vereffenaar is dan ook gewenst.
4. De beoordeling
4.1.
Overledene woonde op het moment dat hij overleed in [plaatsnaam 1]. Gelet op deze woonplaats is de rechtbank Rotterdam, op grond van artikel 268 lid 1 Rv Pro, bevoegd om van dit verzoek kennis te nemen.
4.2.
Het feit dat de nalatenschap beneficiair is aanvaard, brengt mee dat de nalatenschap op de wettelijk voorgeschreven wijze zal moeten worden vereffend.
Op grond van artikel 4:203 lid 1 onder Pro a BW kan de rechtbank op verzoek van een erfgenaam een vereffenaar benoemen. Aan deze voorwaarde is voldaan, omdat verzoekster als bewindvoerder van de wettelijk vertegenwoordiger, optreedt namens de erfgenaam.
4.3.
Voorgesteld wordt [naam 4] te benoemen tot vereffenaar van de nalatenschap.
4.4.
De rechtbank stelt vast dat voldoende is komen vast te staan dat – gelet op de gestelde feiten en omstandigheden – gebleken is van een belang bij de benoeming van een professionele vereffenaar. Een door de rechtbank benoemde professionele vereffenaar kan de rechten van de nalatenschap waarborgen. Het verzoek wordt daarom toegewezen. De rechtbank zal [naam 4], die volgens de verklaring van 20 maart 2024, bereid en in staat is om als vereffenaar op te treden, benoemen tot vereffenaar. De vereffenaar moet de benoeming bekend maken in de (digitale) Staatscourant.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
benoemt
[naam 4], kantoorhoudende te [postadres], [adres], tot vereffenaar in de nalatenschap van:
[naam 3], geboren op [geboortedatum 2] te [plaatsnaam 1] en overleden op [datum];
5.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.3.
verzoekt de griffier de benoeming in te schrijven in het boedelregister van de rechtbank op de voet van het bepaalde in artikel 4:206 lid 6 BW Pro;
5.4.
verzoekt de griffier de kantonrechter te Rotterdam, locatie Rotterdam op de hoogte te stellen van deze benoeming;
5.5.
draagt de vereffenaar op de benoeming bekend te maken in de (digitale) Staatscourant.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. van Steenderen-Koornneef, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting in tegenwoordigheid van de griffier.
3092