ECLI:NL:RBROT:2024:4201

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
12 januari 2024
Publicatiedatum
7 mei 2024
Zaaknummer
10790603 VC VERZ 23-816
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 lid 8 Successiewet 1956
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot verlaging rente van 6% naar 0% over erfdelen minderjarige erfgenamen

Op 12 januari 2024 heeft de rechtbank Rotterdam een beschikking gegeven inzake een verzoek tot machtiging tot wijziging van de rente over erfdelen van minderjarige kinderen. De verzoekster, ouder van de minderjarigen, vroeg om toestemming om de rente over de vorderingen van haar kinderen te verlagen van 6% naar 0%.

De feiten betreffen een nalatenschap waarbij de kinderen een erfdeel van elk ongeveer €66.567,12 hebben, waarop een rente van 6% per jaar verschuldigd is conform de Successiewet 1956. Door een oninbare vordering op een grootouderlijk erfdeel en de levensverwachting van de verzoekster zou de renteopbouw leiden tot een zeer grote schuld die de nalatenschap van de verzoekster negatief maakt. Dit zou nadelige gevolgen hebben voor de minderjarige kinderen en de toekomstige verzorgingsplicht van de verzoekster.

De rechtbank overwoog dat het in het belang van de minderjarigen is om de rente te verlagen naar 0%, mede omdat dit ook erfbelastingvoordelen oplevert. De kantonrechter verleende daarom de gevraagde machtiging, waarmee de rente op de erfdelen van de minderjarige erfgenamen wordt gewijzigd van 6% naar 0%.

Uitkomst: De rechtbank verleent machtiging om de rente over erfdelen van minderjarige erfgenamen te wijzigen van 6% naar 0%.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team kanton
Locatie: Dordrecht
zaaknummer: 10790603 VC VERZ 23-816
beschikking van 12 januari 2024,
in de zaak van:
[naam 1] ,woonplaats: [woonplaats] ,
ouder van de minderjarigen:
- [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1] 2012;
- [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedatum 2] 2006;
verzoekster,
gemachtigde: [naam 2] , ArkelStad Notarissen.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • het verzoekschrift, ontvangen 10 november 2023, met bijlagen;
  • de brief van mr. Van den Bergh van 21 november 2023.

2.De feiten en het verzoek

2.1.
Op [datum] is overleden de echtgenoot van verzoekster, [erflater]
(hierna: erflater). De laatste woonplaats van erflater is [plaatsnaam] . Erflater heeft drie kinderen achtergelaten: [naam 3] , [minderjarige 2] en [minderjarige 1] . Van de drie kinderen zijn [minderjarige 2] en [minderjarige 1] nog minderjarig.
2.2.
Erflater heeft op 6 april 2001 een testament gemaakt en daarbij verzoekster en zijn
kinderen tot erfgenamen benoemd. Bij het testament is een ouderlijke boedelverdeling gemaakt. Op grond daarvan zijn alle goederen van de nalatenschap toebedeeld aan verzoekster. De drie kinderen hebben ten aanzien van hun erfdeel (één/vierde gedeelte van de nalatenschap) een vordering op verzoekster. Over de erfdelen is verzoekster een rente verschuldigd overeenkomstig het percentage gelijk aan dat wat bepaald is in artikel 21 lid 8 Successiewet Pro 1956 of een daarvoor in de plaats getreden regeling (6% per jaar).
Volgens opgave is het erfdeel van ieder van de (minderjarige) kinderen € 66.567,12. Bij de berekening van de nalatenschap is een renteloze vordering opgenomen van erflater op zijn moeder uit hoofde van het erfdeel in de nalatenschap van zijn vader [naam 4] . De vordering van erflater op zijn moeder bedraagt € 69.593,28. Dit erfdeel kan waarschijnlijk niet worden uitgekeerd omdat erflaters moeder flink op haar vermogen is ingeteerd. Wanneer de Belastingdienst instemt met de afwaardering van het grootvaderlijk erfdeel als oninbare vordering tot nihil, bedraagt het erfdeel van ieder van de kinderen € 57.867,96.
2.3.
Verzoekster, in haar hoedanigheid van ouder, vraagt om machtiging te verlenen om
namens de minderjarigen goedkeuring te verlenen om de rente over de vorderingen van de minderjarigen te wijzigen van 6% naar 0%.

3.Beoordeling van het verzoek

3.1.
De redenen voor het verzoek zijn de volgende:
-Verzoekster is geboren in [jaartal] en heeft op dit moment volgens het CBS nog een
levensverwachting van 36 jaar. Wanneer de vorderingen van de kinderen gedurende 36 jaar worden opgerent met 6% moeten de vorderingen ten tijde van het overlijden van verzoekster op haar statistisch overlijdensdatum met 216% worden opgerent. Door deze rente zullen de vorderingen zo groot worden dat de nalatenschap van verzoekster waarschijnlijk negatief zal zijn. Een negatieve nalatenschap van hun moeder is voor de kinderen niet wenselijk.
-In het geval verzoekster een nieuwe relatie zal zaangaan, kan bij haar overlijden zeer waarschijnlijk niet aan haar verzorgingsplicht ten aanzien van haar eventuele nieuwe partner worden voldaan.
-Wanneer de rente van 6% blijft gehandhaafd, is door de kinderen ongeveer € 5.000,- aan erfbelasting verschuldigd, terwijl bij een rente van 0% geen erfbelasting verschuldigd is. De erfbelasting moet door verzoekster worden voorgeschoten in mindering op de erfdelen van de kinderen.
Gelet hierop wordt geoordeeld dat inwilliging van het verzoek in het belang van de minderjarigen kan worden geacht.
Beslissing
De kantonrechter:
verleent de gevraagde machtiging.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. van Steenderen-Koornneef, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting.