Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 4 december 2023, met bijlagen;
- het antwoord.
- namens de gemachtigde van ING: [naam]
- [gedaagde] in persoon.
Rechtbank Rotterdam
In april 2013 sloot [gedaagde], handelend onder een handelsnaam, een zakelijke kredietovereenkomst met ING met een kredietlimiet van €20.000. Door overschrijding van deze limiet beëindigde ING de overeenkomst en vorderde terugbetaling van de openstaande schuld.
[gedaagde] erkende de schuld maar stelde dat de vordering was verjaard. De kantonrechter oordeelde dat de vordering niet verjaard was omdat ING de verjaringstermijn tijdig had gestuit door meerdere exploten te betekenen, ook via openbaarmaking toen het adres van [gedaagde] onbekend was.
De kantonrechter veroordeelde [gedaagde] tot betaling van €12.500 plus wettelijke rente vanaf 4 december 2023 en proceskosten van €1.601,48. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De overige vorderingen zijn afgewezen.
Uitkomst: [gedaagde] is veroordeeld tot betaling van €12.500 met rente en proceskosten aan ING.