ECLI:NL:RBROT:2024:4150

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
10 mei 2024
Publicatiedatum
6 mei 2024
Zaaknummer
10927628 CV EXPL 24-3744
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 237 RvArt. 233 Rv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering onbetaalde zorgpremies en incassokosten door rechtbank Rotterdam

FBTO Zorgverzekeringen heeft een procedure aangespannen tegen gedaagde wegens het niet betalen van zorgpremies over november 2022, januari 2023 en maart 2023, ter hoogte van € 268,45. Daarnaast vordert FBTO incassokosten, wettelijke rente en proceskosten.

Gedaagde erkent de betalingsverplichting maar beroept zich op financiële problemen door fouten van de gemeente en stelt geen zorgverzekering nodig te hebben omdat hij geen zorg gebruikt. De rechtbank oordeelt dat de betalingsverplichting losstaat van het gebruik van zorg en dat de financiële omstandigheden binnen de risicosfeer van gedaagde vallen.

De rechtbank wijst de vorderingen van FBTO toe: gedaagde moet de openstaande premies, incassokosten van € 48,73, wettelijke rente en proceskosten van € 472,39 betalen. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat FBTO direct kan incasseren.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van premies, incassokosten, rente en proceskosten aan FBTO.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 10927628 CV EXPL 24-3744
datum uitspraak: 10 mei 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
FBTO Zorgverzekeringen N.V.,
vestigingsplaats: Leeuwarden,
eiseres,
gemachtigde: Flanderijn Incasso Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats],
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘FBTO’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 30 januari 2024, met bijlagen;
  • het antwoord;
  • de repliek, met bijlagen.
1.2.
[gedaagde] is in de gelegenheid gesteld om te reageren op de repliek, maar van die mogelijkheid heeft hij geen gebruik gemaakt.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[gedaagde] heeft bij FBTO een zorgverzekering afgesloten. Op grond van deze overeenkomst moet [gedaagde] elke maand premie aan FBTO betalen. Volgens FBTO heeft [gedaagde] € 268,45 aan zorgpremies voor november 2022, januari 2023 en maart 2023 niet betaald. FBTO wil dat [gedaagde] deze premies betaalt. Omdat [gedaagde] niet op tijd heeft betaald vordert FBTO ook buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente. Verder wil FBTO dat [gedaagde] in de proceskosten wordt veroordeeld.
2.2.
[gedaagde] erkent dat hij de premies is verschuldigd, maar hij wil deze niet betalen omdat het niet zijn schuld is dat deze openstaande rekeningen zijn ontstaan. Door fouten die de gemeente heeft gemaakt, heeft [gedaagde] een jaar niet kunnen werken waardoor hij geen rekeningen heeft kunnen betalen. [gedaagde] heeft daarnaast geen zorgverzekering nodig. Hij gaat namelijk nooit naar de dokter en krijgt dus geen zorg.
2.3.
De vorderingen van FBTO worden toegewezen. [gedaagde] moet € 327,46 aan FBTO betalen. Hierna wordt uitgelegd waarom.
[gedaagde] moet de openstaande premies betalen
2.4.
Iedereen die in Nederland woont of werkt, is verplicht om een basis zorgverzekering af te sluiten. [gedaagde] heeft een zorgverzekering afgesloten met FBTO en moet op grond daarvan het bedrag van € 268,45 aan premies aan FBTO betalen. Dat [gedaagde] vindt dat hij geen zorgverzekering nodig heeft, doet daar niet aan af.. Het maakt voor de betalingsverplichting van [gedaagde] ook niet uit of hij wel of geen zorg geniet. De door [gedaagde] aangevoerde financiële omstandigheden, wat de oorzaak daarvan ook is en hoe moeilijk deze omstandigheden ook voor hem zijn geweest, liggen in de verhouding tussen [gedaagde] en FBTO in zijn risicosfeer en ontslaan hem niet van zijn betalingsverplichting.
[gedaagde] moet incassokosten van € 48,73 betalen
2.5.
De incassokosten van € 48,73 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW Pro).
[gedaagde] moet rente betalen
2.6.
De rente wordt toegewezen, omdat FBTO genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.7.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen, omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van FBTO op € 137,39 aan dagvaardingskosten, € 130,- aan griffierecht, € 164,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 82,-) en € 41,- aan nakosten. Dat is in totaal € 472,39. Hier kan nog een bedrag bijkomen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.8.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat FBTO dat eist en [gedaagde] daar niet op heeft gereageerd (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan FBTO te betalen € 327,46 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over een bedrag van € 268,45 vanaf 30 januari 2024 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van FBTO worden begroot op € 472,39;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Vroom en in het openbaar uitgesproken.
53954