Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- mevrouw N. Hollander, werkzaam bij de Kredietbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlener).
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden aan vijftien concurrente schuldeisers, waarbij een betaling van 0,001% van de totale schuld werd voorgesteld, gebaseerd op haar huidige DUO-uitkering en een prognose van toekomstige afloscapaciteit na afronding van haar studie in februari 2024.
Veertien schuldeisers stemden in met het akkoord, maar één schuldeiser, met een vordering van 8,3% van de totale schuld, weigerde mee te werken. De rechtbank beoordeelde of deze weigering redelijk was, waarbij werd meegewogen dat het voorstel deskundig was getoetst, goed gedocumenteerd en dat de afloscapaciteit van verzoekster naar verwachting zal toenemen.
De rechtbank concludeerde dat de belangen van verzoekster en de meerderheid van schuldeisers zwaarder wegen dan die van de weigeraar. Daarom werd het dwangakkoord toegewezen met een ingangsdatum van 1 februari 2024. Het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling werd afgewezen. De weigeraar werd veroordeeld in de proceskosten, die nihil werden begroot.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot dwangakkoord toe en bepaalt een ingangsdatum van 1 februari 2024.