ECLI:NL:RBROT:2024:3967
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over grondslag ZW-uitkering wegens ondeugdelijke motivering
Eiseres verzocht het UWV om de grondslag van een reeds toegekende ZW-uitkering te wijzigen, omdat de werknemer volgens haar vanuit de WW ziek zou zijn geworden en niet vanuit een dienstverband. Het UWV weigerde dit verzoek en verklaarde het niet-ontvankelijk, omdat het verzoek werd opgevat als een herzieningsverzoek terwijl geen besluit tot toekenning van de ZW-uitkering was genomen.
De rechtbank oordeelt dat het UWV inderdaad nooit een besluit tot toekenning van de ZW-uitkering heeft genomen, waardoor herziening niet mogelijk is. Feitelijk eindigde de WW-uitkering van de werknemer doordat hij een baan vond, niet door ziekte. De primaire en bestreden besluiten berusten hierdoor op een ondeugdelijke grondslag en worden vernietigd.
De rechtbank wijst het verzoek van eiseres af, verklaart het bezwaar gegrond en veroordeelt het UWV tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter P.G.J. van den Berg op 8 mei 2024.
Uitkomst: Het bestreden besluit en het primaire besluit worden vernietigd en het verzoek tot wijziging van de grondslag van de ZW-uitkering wordt afgewezen.