ECLI:NL:RBROT:2024:3902
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens handelshoeveelheid drugs
Verzoeker woont in een woning die eigendom is van een woningbouwvereniging en is door de burgemeester voor zes maanden gesloten op grond van overtreding van de Opiumwet vanwege aangetroffen handelshoeveelheid hard- en softdrugs.
Na een politie-inval op 11 januari 2024 werden aanzienlijke hoeveelheden drugs aangetroffen, waaronder MDMA, amfetamine en hasj, wat de basis vormde voor de sluiting. Verzoeker betwistte de noodzaak en evenwichtigheid van de sluiting, stellende dat de drugs voor eigen gebruik waren en dat er geen sprake was van overlast of handel.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de aanwezigheid van een handelshoeveelheid drugs een ernstig geval vormt en dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting. De belangenafweging wees uit dat de sluiting noodzakelijk was ter bescherming van het woon- en leefklimaat en evenwichtig was, mede gelet op het gemeentelijke beleid en de omstandigheden van verzoeker.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen, waardoor de sluiting van de woning voor zes maanden gehandhaafd blijft.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wegens handelshoeveelheid drugs wordt afgewezen.