Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 30 oktober 2023, met bijlagen 1 tot en met 9;
- het antwoord, met bijlagen 1 tot en met 10, en de aanvullende bijlagen 11 tot en met 13.
Rechtbank Rotterdam
De huurder van een woning te Stad aan ’t Haringvliet huurt sinds 15 mei 2018 van Oost West Wonen. In de woning is een handelshoeveelheid hard- en softdrugs aangetroffen, waaronder amfetamine, MDMA en hennep, evenals ethanol dat gebruikt wordt bij de verwerking van drugs. Dit duidt op drugshandel vanuit de woning, wat in strijd is met goed huurderschap en de toepasselijke algemene huurvoorwaarden.
Hoewel vooral de toenmalige partner van de huurder verantwoordelijk lijkt, is het onaannemelijk dat de huurder hiervan niet op de hoogte was. De drugs waren op zichtbare plekken aanwezig en de huurder was bekend met de strafrechtelijke veroordeling van haar ex-partner wegens overtreding van de Opiumwet. De kantonrechter oordeelt dat de huurder verwijtbaar heeft gehandeld door niet te voorkomen dat haar ex-partner de woning gebruikte voor drugshandel.
De ontbinding van de huurovereenkomst heeft grote impact op de huurder, onder meer op haar omgang met haar kinderen en haar huisvestingssituatie. Toch weegt het belang van een veilige woonomgeving en de bestrijding van drugs zwaarder. De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen na betekening en tot betaling van proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen.