Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- de heer mr. J. Pearson, werkzaam bij JAW Advocaten (hierna: advocaat).
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend op grond van artikel 287b, eerste lid, Faillissementswet, om een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van haar huurwoning opschort. Verweerster, Stichting Woonbron, verzet zich tegen het verzoek vanwege gebrek aan vertrouwen in betaling van openstaande vorderingen en lopende termijnen.
De rechtbank beoordeelt dat sprake is van een bedreigende situatie nu een vonnis tot ontruiming is uitgesproken en een exploot is betekend waarin ontruiming is aangekondigd. De rechtbank weegt het belang van verzoekster, die in de woning wil blijven en een schuldhulpverleningstraject wil doorlopen, tegen het belang van verweerster, die het vonnis wil uitvoeren.
De rechtbank acht het aannemelijk dat verzoekster de lopende termijnen kan en zal voldoen, mede omdat zij de huur voor april 2024 heeft betaald en voldoende inkomsten heeft uit haar zelfstandige zorgactiviteit. Tevens is een intakegesprek gepland bij een schuldhulpverlener die de betalingen zal beheren.
Op grond hiervan wordt het moratorium toegewezen voor zes maanden, met de voorwaarde dat de lopende termijnen tijdig worden voldaan. De ontruiming wordt opgeschort en de huurovereenkomst verlengd voor de duur van de voorziening. Het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt niet-ontvankelijk verklaard, met mogelijkheid tot hernieuwd verzoek.
Uitkomst: De rechtbank wijst het moratorium toe en schort de ontruiming van de huurwoning voor zes maanden onder de voorwaarde dat lopende termijnen tijdig worden voldaan.