ECLI:NL:RBROT:2024:3497
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens niet-naleving en verzoek schuldenares
Op 20 februari 2023 werd de schuldsaneringsregeling van schuldenares uitgesproken. Tijdens de procedure bleek dat schuldenares niet voldeed aan haar inspanningsverplichtingen tussen juni en december 2023, waaronder het niet informeren van de bewindvoerder over haar werkzaamheden en het maken van nieuwe schulden, zoals een leaseauto schuld en verkeersboetes.
Schuldenares gaf aan dat zij niet aan de verplichtingen kon voldoen en wenste uit de regeling te stappen, met behoud van haar beschermingsbewindvoerder, om later opnieuw een aanvraag te doen wanneer zij stabieler is. De rechtbank stelde vast dat de regeling niet langer wenselijk was en besloot deze tussentijds te beëindigen op grond van artikel 350 lid 3 sub g Faillissementswet Pro.
Daarnaast werd het salaris van de bewindvoerder vastgesteld op maximaal € 2.308,72, inclusief onkosten en omzetbelasting. Er waren onvoldoende baten om schuldeisers te voldoen, waardoor geen faillissement van rechtswege ontstaat na kracht van gewijsde van dit vonnis.
De uitspraak werd gedaan op 3 april 2024 door rechter C. de Jong. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen na uitspraak, uitsluitend door een advocaat in te dienen bij het gerechtshof.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling van schuldenares en stelt het salaris van de bewindvoerder vast.