ECLI:NL:RBROT:2024:3472
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens gebrek aan incassomogelijkheden
De rechtbank Rotterdam behandelde op 26 maart 2024 de vordering van het openbaar ministerie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van een veroordeelde die in Peru vastzit. De veroordeelde was eerder onherroepelijk veroordeeld voor medeplegen van handelen in strijd met de Opiumwet en kreeg een gevangenisstraf van 7 jaar en 6 maanden.
De officier van justitie vorderde een bedrag van ruim 55 miljoen euro als wederrechtelijk verkregen voordeel. Tijdens de zitting werd echter duidelijk dat de veroordeelde langdurig gedetineerd is in Peru, waar zijn vermogen al aan de Peruaanse Staat is vervallen. Hierdoor ontbreken effectieve beslag- en incassomogelijkheden.
Gezien de langdurige detentie en het ontbreken van vermogen in Nederland, achtte de rechtbank het niet zinvol de ontnemingsvordering toe te wijzen. De raadsman van de veroordeelde had geen bezwaar tegen afwijzing. De rechtbank wees daarom de vordering af en beëindigde de ontnemingszaak.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel af wegens gebrek aan beslag- en incassomogelijkheden.