ECLI:NL:RBROT:2024:3281
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling met vaststelling ingangsdatum en termijn
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank heeft het verzoek behandeld en vastgesteld dat verzoeker niet langer aan zijn betalingsverplichtingen kan voldoen of dit redelijkerwijs niet kan verwachten.
Verzoeker verzocht om een eerdere ingangsdatum van de regeling vanwege aflossingen door beslaglegging ter hoogte van €3.017,64. Schuldhulpverlening verklaarde dat dit bedrag niet ten goede is gekomen aan alle gezamenlijke schuldeisers, maar slechts aan die schuldeisers die beslag hadden gelegd. Daarom wees de rechtbank het verzoek tot een eerdere ingangsdatum af en stelde de ingangsdatum vast op 21 maart 2024.
De rechtbank bevestigde haar bevoegdheid op grond van artikel 3 lid 1 van Pro Verordening (EU) 2015/848, omdat het centrum van voornaamste belangen van verzoeker in Nederland ligt. De looptijd van de schuldsaneringsregeling werd vastgesteld op achttien maanden, eindigend op 21 september 2025. Tevens werd een rechter-commissaris benoemd en een voorschot toegekend op de vergoeding van de bewindvoerder.
De uitspraak werd gedaan door rechter B.A. Cnossen en griffier C. van der Velde op 21 maart 2024. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen, uitsluitend door een advocaat in te dienen bij het gerechtshof.
Uitkomst: Verzoeker wordt toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling met ingang van 21 maart 2024 en een looptijd van achttien maanden.