Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 11 april 2024 in de zaak tussen
[verzoekster], uit [plaatsnaam 1], verzoekster
Stichting Urgentiebepaling Woningzoekenden Rijnmond, SUWR
[naam 1](
[naam 1]) in [plaatsnaam 2]
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster had een urgentieverklaring toegekend gekregen op grond van doorstroming vanuit een hulpverleningstraject. Nadat de hulpverlening door de betrokken instelling was stopgezet, trok Stichting Urgentiebepaling Woningzoekenden Rijnmond (SUWR) de urgentieverklaring in. Verzoekster betwistte de reden voor stopzetting, namelijk het niet naleven van huisregels, en stelde dat het bestuursorgaan zich onvoldoende had vergewist van de feiten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake was van een spoedeisend belang vanwege de dreigende ontruiming en mogelijke dakloosheid van verzoekster. De rechter stelde vast dat SUWR het besluit tot intrekking had gebaseerd op de mededeling van de hulpverlenende instantie zonder zelf de zorgvuldigheid van het onderzoek te controleren.
Daarom werd het besluit onvoldoende zorgvuldig genomen en werd de intrekking van de urgentieverklaring geschorst tot vier weken na de beslissing op bezwaar. Verzoekster mag in afwachting van die beslissing blijven reageren op woningen in de regio Schiedam.
Verder werd SUWR veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van verzoekster. Het verzoek tot uitbreiding van de zoekregio werd niet inhoudelijk behandeld vanwege het voorlopige karakter van de voorziening.
De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter op 11 april 2024 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: De intrekking van de urgentieverklaring wordt geschorst en verzoekster behoudt voorlopig haar urgentie.