Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- de heer H. Bossenbroek, schuldhulpverlener werkzaam bij Van Korlaar B.V.;
- de heer M. Damcewicz, beschermingsbewindvoerder werkzaam bij Van Korlaar B.V.;
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wegens betalingsonmacht. De rechtbank constateert dat verzoeker is opgehouden met betalen of redelijkerwijs niet kan voortgaan met betaling van zijn schulden. Er zijn geen gronden voor afwijzing van het verzoek.
De rechtbank overweegt dat verzoeker vijf maanden voor de uitspraak al is begonnen met aflossen en dat schuldhulpverlening gedurende deze periode heeft gecontroleerd op naleving van de verplichtingen, zoals fulltime werken en afdracht van inkomsten boven het vrij te laten bedrag. Dit is naar behoren gebeurd, waardoor de rechtbank de ingangsdatum van de regeling vaststelt op 21 oktober 2023.
De rechtbank stelt de termijn van de regeling op achttien maanden, benoemt een rechter-commissaris, kent een voorschot toe op de vergoeding van de bewindvoerder en legt de inspannings- en afdrachtverplichtingen voor dertien maanden vast. De overige verplichtingen blijven onverkort van toepassing.
De rechtbank is bevoegd op grond van EU-verordening 2015/848 omdat het centrum van voornaamste belangen van verzoeker in Nederland ligt. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen, uitsluitend door een advocaat.
Uitkomst: Verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsanering wordt toegewezen met ingangsdatum vijf maanden eerder vastgesteld.